Plasticdieet: ‘Daar sta ik dan met mijn eigen broodzak bij de bakker’

PlasticdieetPlastic. Het is overal. Alleen al aan de ontbijttafel tel ik zo’n tien plastic verpakkingen. De broodzak. Het boterkuipje. De zakjes om de vleeswaren. De schaaltjes waar diezelfde vleeswaren op liggen. Deksels van de chocopasta en speculaaspasta. Een blik in de koelkast en voorraadkast bevestigen nogmaals dat alles tegenwoordig is verpakt. Zelfs de komkommer wordt voorzien van een condoom. Makkelijk is het wel al die verpakkingen. Maar iedere twee weken staat er toch een grote zak vol plastic afval aan straat. Is dat eigenlijk wel nodig? Kun je zonder veel extra tijd kwijt te zijn leven zonder (plastic) verpakkingen? Verslaggeefster Maartje Huijben neemt gedurende een maand de proef op de som. Vandaag week 1.

Waar begin je zo'n uitdaging? Ik besluit om eerst maar eens met de zaken te beginnen die we dagelijks gebruiken: brood en vleeswaren. Met de kinderen reken ik alvast uit wat dit gaat besparen. Wij eten dagelijks een brood. Dat betekent dat we minimaal 365 broodzakken op jaarbasis weggooien. Een behoorlijk aantal. En ook de verpakkingen van de vleeswaren zijn er een flink aantal. Wij houden van variatie en halen per week veel verschillende soorten in huis, maar dat betekent wel dat ook een half ons snijworst in een zakje is verpakt. Dat kan best anders, vind ik.