Volledig scherm
Stadsvogeladviseur Fred de Blom in Riel, waar de huismus en de bedreigde ringmus nog samen optrekken. © FotoMeulenhof

Huismus bezig met comeback in de stad, maar verdwijnt van de akker

Ze lijken terug van weggeweest: de groepen kwetterende mussen die zich in de tuin op zojuist uitgestrooide broodkruimels storten. Het leken er elk jaar minder te worden, maar de vrolijke dikkerds zijn bezig aan een comeback.

De aantallen mussen raakten in de jaren tachtig van de vorige eeuw in een vrije val. De stad versteende. Het moest er schoon en opgeruimd zijn. Er was geen plek meer voor het getjilp. Maar het tij lijkt gekeerd. "Gelukkig is hun aantal sinds een paar jaar weer stabiel", zegt Albert de Jong van Sovon Vogelonderzoek Nederland.

Zwaar
Fred de Blom (54) is namens de Vogelbescherming al tien jaar stadsvogeladviseur van Eindhoven. Hij merkt dat de mussenpopulatie in de stad langzaam opkrabbelt. "Het verschilt per wijk. Op veel plekken hebben mussen het nog steeds zwaar. Daar is weinig groen en de tuinen zijn omringd door houten hekken. Mussen kunnen er niet nestelen want veel daken zijn tegenwoordig plat."

Elders krijgt de huismus volgens De Blom wel een steuntje in de rug. "Dat gebeurt bijvoorbeeld door woningcorporatie Woonbedrijf. Daar worden bij renovatiewerkzaamheden regelmatig nestvoorzieningen aangebracht." Door deze vogelvides zijn papa en mama mus met hun kroost weer veilig onder de pannen.

Ook in het Eindhovense Vonderkwartier draait al jaren een mussenproject. De Blom: "De nestkasten lijken te werken, want het is een mussenrijke buurt geworden. Dat betekent ook dat er veel insecten moeten rondvliegen want dat is belangrijk voedsel voor de babymus."

Nieuwe kans
De huismus krijgt dus een nieuwe kans. Maar buiten de komborden is de situatie onverminderd ernstig. Daar blaast de ringmus zo ongeveer zijn laatste adem uit. Door een landbouw waar efficiëntie, modernisatie en specialisatie de boventoon voeren, gaat de neef van de huismus ten onder. De ringmus zag al 85 procent van zijn familieleden van hun stokje gaan. Vooral op de zandgronden zoals Zuidoost-Brabant gaat het hard. Nog even en er valt op warme dagen geen mus meer van het boerderijdak.

De Blom weet dat er rond Eindhoven nog wat ringmussen zitten. "In het gehucht Riel, richting Geldrop, vliegen ze nog rond. Daar delen ze de ruimte trouwens met groepen huismussen. Ook in Meerhoven zitten ringmussen. Dat is bijzonder want het zijn geen stadsvogels. Toen ze hun leefgebied aan de vinexwijk kwijtraakten, ontdekten ze echter gierzwaluwkasten die in woninggevels gemetseld zijn. Het lijkt erop dat ze hierdoor standhouden."

Beschutting
Op het platteland proberen boeren inmiddels uit alle macht om vogels als de ringmus te helpen. Ze laten akkerranden onaangeroerd zodat de zadeneters daar hun voedsel kunnen vinden. Ook zorgen ze voor beschutting door bomen, struweel en houtwallen aan te leggen. Wico Dieleman is binnen de land- en tuinbouworganisatie ZLTO betrokken bij het agrarisch natuur- en landschapsbeheer. "Veel boeren in Brabant zijn zeer actief om natuur en landschap goed te beheren."

Dat gaat wat hem betreft verder dan hulp aan de weide- en akkervogels. "Er is een groeiende belangstelling om ook op het erf meer aandacht te besteden aan betere leefomstandigheden voor plattelandsvogels." Ondanks de inspanningen gaat het volgens De Jong ronduit slecht met de vogelstand op het platteland.

"De boeren produceren tegenwoordig zó effectief en gebruiken hun grond zó intensief, dat is funest voor veel vogels. Nog steeds verdwijnt een groot deel van de weidekuikens tussen de messen van de maaimachines." En dus boert de vogelstand achteruit.