Volledig scherm
Foto ter illustratie. Brugklassers halen hun nieuwe schoolboeken op. © ANP

'Houd kind tot 14 jaar op basisschool' (poll)

Kinderen op hun twaalfde indelen op niveau en naar een vervolgopleiding sturen, is veel te vroeg, zegt Marie-Christine Opdenakker, onderwijskundige aan de Rijksuniversiteit Groningen. Uit het onderzoek dat ze volgende week publiceert, blijkt dat het veel beter is om tieners langer een basisopleiding te geven en als ze 14 of 15 zijn meteen door te sturen naar een beroepsopleiding, een algemene vooropleiding voor hoger onderwijs of de universiteit. Vooral jongens, migrantenkinderen en laatbloeiers profiteren daarvan.

,,We moeten stoppen met kinderen op hun twaalfde in een hokje te stoppen", zegt Marie-Christine Opdenakker, universitair hoofddocent onderwijskunde aan de Groningse universiteit. Ze bestudeerde de drie onderwijsstelsels in negen ons omringende Europese landen. Het is voor het eerst dat er zo uitgebreid is gekeken naar de effecten voor zowel leerprestaties, loopbanen en gedrag van de stelsels. Opdenakkers conclusie is dat vroeg selecteren, zoals in Nederland en Duitsland gebeurt, oneerlijk is.

De Nederlandse methode pakt het slechtst uit voor jongens, kinderen van laagopgeleide ouders, leerlingen met een migrantenachtergrond en laatbloeiers. Door hen een paar jaar langer een basisopleiding te geven, krijgen ze de kans zich te ontwikkelen en te laten zien waar ze toe in staat zijn. Opdenakker: ,,Het Nederlandse systeem vergroot verschillen en werkt ongelijkheid in de hand."

Schooladvies
Vroege selectie zou kinderen de kans geven om zich optimaal te ontwikkelen en uit te blinken, maar dat argument is volgens Opdenakker niet houdbaar. ,,Juist landen waar men vroeg selecteert, doen het niet beter in internationale vergelijkingen." Bovendien spelen niet alleen leerresultaten een rol bij het bepalen van het belangrijke schooladvies dat leerlingen aan het eind van groep acht meekrijgen. ,,Kinderen van laagopgeleide ouders krijgen vaker een te laag advies." Ook speelt de werkhouding van kinderen mee en daarop scoren jongens lager dan meisjes.

Opdenakker wijst erop dat na drie jaar voortgezet onderwijs een op de drie scholieren op een ander onderwijsniveau zit dan het schooladvies van de basisschool was en 12 procent blijft zitten. ,,Deze cijfers wijzen erop dat er toch behoorlijk wat fout gaat bij het plaatsen van leerlingen op een passend niveau." Van de leerlingen van het vmbo en de havo stroomt 8 procent alsnog door naar de havo of vwo.

Finland
Volgens de onderzoeker is het opdelen naar niveau vroeg genoeg als jongeren 14 of 15 jaar zijn. Dat gebeurt in Finland ook. Vroege selectie is daar ingeruild voor een basisvorming van negen jaar. Scholen volgen allemaal hetzelfde kerncurriculum, maar leerlingen krijgen allemaal een eigen programma dat op basis van hun vorderingen aangepast kan worden. Kinderen kunnen sneller doorwerken op vakken waar ze goed in zijn en krijgen meer tijd voor wat moeilijker gaat. Na die lange basisvorming gaan tieners meteen door naar een beroepsopleiding, een vervolgopleiding voor hoger onderwijs of de universiteit.

,,In Finland komt zitten blijven bijna niet voor", weet Opdenakker na haar onderzoek. ,,Sinds het nieuwe systeem zijn de verbale prestaties van leerlingen toegenomen en zijn de resultaten van kinderen van laag opgeleide ouders omhoog gegaan. Dat systeem heeft een emanciperende werking."

De onderwijskundige vindt dat Nederlandse kinderen die kans ook verdienen. ,,Op hun twaalfde wordt een groot deel van de toekomst van Nederlandse kinderen bepaald. Zo beknot je ze, want de ontwikkeling van kinderen loopt niet gelijk. De hersens van meisjes ontwikkelen zich bijvoorbeeld sneller en anders dan die van jongens."

Drastische ingreep
Het pleidooi van Opdenakker betekent een drastische ingreep in het Nederlandse onderwijsstelsel. Dat is het beste voor kinderen, zegt ze, ook omdat er steeds minder mogelijkheden zijn om foute schooladviezen te repareren. Ze doelt op de beperkingen die er zijn om bijvoorbeeld na het vmbo door te stromen naar de havo. ,,Er is een tendens dat daaraan steeds strengere eisen worden gesteld."

De VO-Raad, de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs, vindt net als Opdenakker dat kinderen in Nederland op te jonge leeftijd een keuze moeten maken. De middelbare scholen willen dat oplossen door het keuzemoment uit te stellen en leerlingen gemakkelijker te laten switchen naar een ander niveau. Daarvoor bestaan al verschillende oplossingen, zoals 'brede brugklassen' waarin leerlingen pas na twee jaar definitief kiezen voor mavo, havo of vwo. Scholen die enkel vmbo, havo of vwo aanbieden, zouden meer moeten samenwerken om leerlingen door te laten stromen. Ook willen middelbare schoolbesturen elke scholier na een paar jaar voortgezet onderwijs opnieuw een advies geven om te zorgen dat leerlingen goed terecht komen.

Volledig scherm
Marie-Christine Opdenakker. © RUG