Volledig scherm
© Cortés

Er is een leven na corona, maar hoe groot is de aanslag op onze welvaart?

Een pessimist die bang is om te vallen, gaat alvast liggen. Een optimist doet er alles aan om op de been te blijven. Gedachten over het leven na corona.

Chris Paulussen.
Volledig scherm
Chris Paulussen. © Joost Hoving

Onze eerste zorg is om levend en zonder gezondheidsschade door de coronacrisis te komen. We brengen daar enorme offers voor. Met de noodzakelijke inperking van onze bewegingsvrijheid komen grote delen van de economie plat te liggen. Maar er komt ook weer een leven na corona. Hoe groot is de aanslag op onze welvaart? Hoe lang duurt het eer we er weer bovenop zijn?

Vorig jaar schreef ik het boek Sterker uit elke crisis. Een titel die de afgelopen weken een extra lading heeft gekregen. Voor mezelf en voor lezers van mijn boek van wie ik de vraag kreeg: ‘Denk je dat we ook nu sterker uit de crisis komen?’ Niet dat van mij een verlossend antwoord wordt verwacht. Dat heb ik niet, maar wellicht biedt de inhoud van mijn boek wel enige hoop en houvast.

Ik ben geen viroloog of microbioloog en ook geen econoom. Ik ben wel een optimist, maar daar valt weinig wetenschappelijk gezag aan te ontlenen. Ik ben ook al ruim veertig jaar als journalist werkzaam in de regio Eindhoven-Helmond en in die tijd heb ik de ontwikkelingen in het bedrijfsleven in Zuidoost-Brabant op de voet gevolgd.

Geen futuroloog

Wim van der Leegte in Eindhoven(archieffoto 2019).
Volledig scherm
Wim van der Leegte in Eindhoven(archieffoto 2019). © René Manders/DCI Media

Dat was waarom Wim van der Leegte – toen nog voorzitter – mij overhaalde om een boek te schrijven ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Eindhovensche Fabrikantenkring (EFK) op 27 september 2019. Aanvankelijk was het idee om het boek vooral over de toekomst te laten gaan. Over de vraag: hoe zal de Eindhovense industrie er over 25 jaar voorstaan?

Ik heb die boot afgehouden. Ik ben geen futuroloog en ik zie er weinig heil in om in een glazen bol te staren. Filosoferen over de toekomst wordt al gauw een vrijblijvende bezigheid als die toekomst verder dan een paar jaar weg ligt. Niet dat daar niets over te vertellen valt. De grotere rol die landen als China en India opeisen in de wereld, de onrust in het Midden-Oosten, klimaatverandering, kunstmatige intelligentie, de exploratie van de ruimte, het zijn allemaal ontwikkelingen die onze toekomst in meer of mindere mate zullen bepalen. Maar dat is het doortrekken van lijntjes uit het verleden.

Giftige olievlek

Foto ter illustratie.
Volledig scherm
Foto ter illustratie. © Getty Images/iStockphoto

De grootste vraag is niet hoe voorziene ontwikkelingen op elkaar zullen inspelen, maar wat het effect zal zijn van onvoorziene ontwikkelingen en gebeurtenissen, van calamiteiten waar we nog nauwelijks of zelfs helemaal geen vermoeden van hebben.

Ik had niet kunnen bedenken dat zo’n calamiteit zich al enkele maanden na het verschijnen van Sterker uit elke crisis zou voordoen. Het coronavirus verspreidt zich als een onzichtbare, giftige olievlek over de wereld. Het is niet dat nooit iemand gewaarschuwd heeft voor een pandemie. Dat is meer dan eens gebeurd door deskundigen die het dus bleken te weten. Het maakt hooguit voor sommigen de verrassing wat minder groot.

Zinnige bijdrage?

Foto ter illustratie.
Volledig scherm
Foto ter illustratie. © Getty Images/iStockphoto

De eerste opgave waar de wereld nu voor staat, is om de pandemie te bestrijden. Gezondheid staat voorop. Het coronavirus slaat genadeloos toe. Met het aantal besmettingen loopt ook het aantal doden op. Maar er komt een moment dat we de pandemie achter ons laten. Dat we als samenleving onze wonden moeten likken en verder moeten. Dat de economie zware klappen krijgt, lijdt geen twijfel. De zorgen zijn groot, over het voortbestaan van bedrijven en van banen, over de pensioenen, onze welvaart.

Onheilsprofeten onder de economen menen nu al te kunnen voorspellen dat de recessie nog dieper en langer zal zijn dan in 2008-2013. Of ze daarmee een zinnige bijdrage leveren? 

Doemscenario’s ondermijnen het broodnodige vertrouwen en kunnen daardoor een self-fulfilling prophecy worden. Als er al een positief effect vanuit gaat, dan is het dat doemscenario’s kunnen aanzetten tot maatregelen om te voorkomen dat ze werkelijkheid worden.

Veel uiteenlopende voorspellingen 

Foto ter illustratie.
Volledig scherm
Foto ter illustratie. © Getty Images/iStockphoto

Wie bang is om te vallen, kan twee dingen doen: alvast gaan liggen of zijn best doen om – desnoods al struikelend - overeind te blijven.

De voorspellende gaven van economen moeten niet te hoog worden ingeschat - ook niet die van het Centraal Planbureau (CPB), ’s land meest vooraanstaande denktank en een kompas waar kabinetten op varen. Er worden zoveel uiteenlopende voorspellingen gedaan dat achteraf altijd wel iemand kan roepen dat hij het goed heeft gezien.

In de tweede helft van de jaren negentig won de overtuiging terrein dat zich met de opkomst van het internet een periode van eindeloze, recessieloze groei had aangediend. Veel economen worden daar niet graag meer aan herinnerd. Iedereen weet inmiddels weer dat na een periode van economische bloei onvermijdelijk een recessie volgt. Het beslissende zetje komt vaak uit het niets.

Desastreuze gevolgen voor economie

Volledig scherm
© Thinkstock

Begin 2008 leek geen vuiltje aan de lucht. Tot het omvallen van Amerikaanse hypotheekbanken een veel dieper liggend probleem bloot legde. De financiële wereld had er een ondoorzichtige puinhoop van gemaakt, onder meer door massaal slechte hypotheken in ondoorzichtige pakketjes als belegging te verkopen. Het faillissement van Lehman Brothers in september 2008 deed wereldwijd banken schudden op hun grondvesten. Met desastreuze gevolgen voor de economie.

Het CPB had de kladderadatsch niet zien aankomen. Dat weerhield het planbureau er niet van om in 2009 het boek De Grote Recessie uit te brengen, waarin de kredietcrisis uitvoerig werd geanalyseerd en lessen voor de toekomst werden getrokken. Een meevaller was volgens de CPB-economen dat de wisselkoersen redelijk stabiel waren gebleven. ‘Lang leve de euro!’ schreven ze.

Nog in hetzelfde jaar - eind 2009 – brak de eurocrisis uit en was de dubbele dip een feit. Griekenland dat als eerste land in de eurozone als gevolg van torenhoge schulden door het ijs zakte en de euro aan het wankelen bracht, wordt in het hele boek van het CPB niet één keer genoemd.

Onbekend terrein

De ene recessie is de andere niet. De recessie van 2008-2013 was een financiële crisis die ernstige systeemfouten aan het licht bracht. De recessie die zich nu aandient komt voort uit een gezondheidscrisis en dat op een schaal die in de moderne geschiedenis niet eerder is voorgekomen. Daarmee bevinden we ons op onbekend terrein en dat maakt het extra moeilijk om lessen te trekken uit het verleden.

Ik ga me niet bezondigen aan koffiedik kijken. Wel denk ik dat moed valt te putten uit de geschiedenis van de industrie in Zuidoost-Brabant, zoals ik die heb beschreven in Sterker uit elke crisis.

Volledig scherm
© Menno Boon

Aanleiding voor de oprichting van de Eindhovensche Fabrikantenkring in september 1944 was de chaos als gevolg van de Tweede Wereldoorlog, een van de grootste humanitaire en economische crises in het bestaan van de mensheid. Onder aanvoering van Frits Philips staken de grotere fabrikanten in Eindhoven de koppen bij elkaar om de problemen het hoofd te bieden. Het op gang brengen van de productie, het gebrek aan grondstoffen en steenkool, transportproblemen, voedseltekorten, het ontwerpen van een wachtgeldregeling om te voorkomen dat werknemers zonder inkomen kwamen te zitten, de fabrikanten hadden er hun handen vol aan. De samenwerking wierp vruchten af en Eindhoven diende als voorbeeld voor andere steden. Overal in bevrijd Nederland werden fabrikantenkringen opgericht.

Oliecrisis

Toen in de decennia die volgden de sigarenindustrie en de textielindustrie in een crisis kwamen door de concurrentie uit lage lonenlanden gingen in Zuidoost-Brabant duizenden banen verloren. Door het ondernemerschap en de innovatiekracht van met name Philips en DAF waren er meer dan genoeg alternatieven op de arbeidsmarkt.

Foto ter illustratie.
Volledig scherm
Foto ter illustratie. © Thinkstock

Ook de oliecrises in de jaren zeventig en tachtig raakten de regionale industrie. Eind 1973, begin 1974 ging benzine op de bon, werd een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur ingevoerd, werd de bevolking opgeroepen om de verwarming wat lager te zetten en sprak premier Joop den Uyl de historische woorden: ‘Zo bezien keert de wereld van voor de oliecrisis nooit meer terug.’

De afgekondigde maatregelen werden massaal genegeerd. Benzine werd getankt over de grens in Duitsland en België en driftig gehamsterd. Achteraf bleken de doemscenario’s overdreven en al gauw deed de wereld weer net of er fossiele energie in overvloed was.

Buitenbeentje

De Eindhovense burgemeester Rein Welschen op archiefbeeld.
Volledig scherm
De Eindhovense burgemeester Rein Welschen op archiefbeeld. © Marc Bolsius

In die tijd van economische malaise kwam in ons land de industrie ter discussie te staan. Nederland was toch al nooit een echt industrieland geweest; Zuidoost-Brabant was als meest geïndustrialiseerde regio een buitenbeentje. Het idee dat Nederland het veel meer van de dienstensector moest hebben, sloeg over op de gemeente Eindhoven die een campagne startte om nieuwe bedrijvigheid aan te trekken: geen fabrieken maar dienstverleners, accountants, adviseurs en beleggers. De meeste fabrikanten lieten zich er niet door uit het veld slaan.

Zij wisten toen niet dat de regio Eindhoven nog een zware beproeving te wachten stond. Begin jaren negentig moest Philips wereldwijd tienduizenden werknemers ontslaan om te overleven. Het concern was door zijn explosieve groei veel te breed uitgewaaierd en ging aan zelfoverschatting bijna ten onder. Een tegenslag komt nooit alleen. DAF ging door de ineenstorting van de Europese truckmarkt zelfs failliet. Het was opnieuw geen reden om bij de pakken te gaan neerzitten. DAF maakte een succesvolle herstart en op initiatief van toenmalig burgemeester Rein Welschen bundelden overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen de krachten.

High tech-ecosysteem

ASML in Veldhoven (archieffoto).
Volledig scherm
ASML in Veldhoven (archieffoto). © Bert Jansen

Het was de geboorte van wat wel de triple helix wordt genoemd. Het geloof in eigen kunnen was niet gebroken. Het wegvallen van de allesoverheersende rol van Philips, dat zijn hoofdkantoor in 1998 van Eindhoven naar Amsterdam verhuisde, werkte in zekere zin zelfs bevrijdend.

De kennis en innovatiekracht van het concern waren niet verdwenen. Tot op de dag van vandaag leven zij voort bij Philips zelf, dat zich heeft toegelegd op gezondheidstechnologie, en bij bedrijven als ASML (chipmachines), Signify (verlichting), NXP (Halfgeleiders), Thermo Fisher Scientific (elektronenmicroscopen), VDL (machinefabrieken) en tal van toeleveranciers. Uit de crisis van de jaren negentig verrees een high tech-ecosysteem dat wereldwijd tot de absolute top behoort, dat zich door de bereidheid om samen te werken door de crisis van 2008-2013 heeft geworsteld en dat als Brainport erkenning heeft gekregen als motor van de Nederlandse economie.

Behoud van vakmanschap

Na het uitbreken van de recessie in 2008 hadden Brainport-vertegenwoordigers de grootste moeite om het kabinet zover te krijgen dat het middelen vrij maakte voor deeltijd-WW en een kenniswerkersregeling. Den Haag moest er keer op keer van worden overtuigd dat behoud van vakmanschap en hoogwaardige kennis noodzakelijk waren om na de recessie zo snel mogelijk de draad weer te kunnen oppakken. 

Minister-president Mark Rutte.
Volledig scherm
Minister-president Mark Rutte. © ANP

Na het uitbreken van de coronacris heeft het kabinet geen extra duwtje nodig om alles uit de kast te halen om bedrijven overeind te houden, banen te redden en te voorkomen dat zzp’ers helemaal zonder inkomen komen te zitten.

Het kabinet kan het zich veroorloven, want na jaren van hoogconjunctuur zit de overheid goed bij kas.  ‘There’s no such thing as a free lunch’, oftewel ‘voor niets gaat de zon op’. Ooit komt de rekening en moeten de tientallen miljarden die nu in de economie worden gepompt worden terugverdiend. Dat is even van later zorg, eerst gaat het erom te redden wat te redden valt en de beste uitgangspositie te creëren voor een snelle en succesvolle herstart.

Veerkracht is hard nodig

De regionale industrie van nu is nauwelijks nog te vergelijken met die van vlak na de Tweede Wereldoorlog. Beter gezegd: het is een verschil van dag en nacht.

Quote

Als er een rode lijn valt te ontdekken in de ontwikke­lin­gen in de afgelopen driekwart eeuw dan is het ‘veerkracht’

Als er een rode lijn valt te ontdekken in de ontwikkelingen in de afgelopen driekwart eeuw dan is het ‘veerkracht’. Die veerkracht zal opnieuw hard nodig zijn. Het recept om er na de coronacrisis economisch weer bovenop te komen, zal niet anders zijn dan in elke crisis: een mix van niet bij de pakken neerzitten, ondernemerschap, geloof in eigen kunnen, volharding en bereidheid om samen te werken, te vernieuwen en te veranderen.

Het zijn eigenschappen die immuun zijn voor het coronavirus en – voor de goede orde -, ze zijn ook niet voorbehouden aan Zuidoost-Brabant.

De binnenstad van Eindhoven oogt leeg deze periode.
Volledig scherm
De binnenstad van Eindhoven oogt leeg deze periode. © ED
  1. De hele dag pakketjes stampen en ’s avonds kapot op de bank: ‘Het wordt steeds zwaarder, er wordt steeds meer van ons verwacht’
    PREMIUM

    De hele dag pakketjes stampen en ’s avonds kapot op de bank: ‘Het wordt steeds zwaarder, er wordt steeds meer van ons verwacht’

    DEN BOSCH/TILBURG - Veel meer stops en nóg meer pakketjes. Nu bijna iedereen thuis is, wordt er meer online gewinkeld dan ooit. Pakketbezorgers draaien overuren en de Belangenvereniging Pakket Distributie bereidt een rechtszaak voor tegen PostNL. Want die kan via advertenties de bezorgers wel bedanken, maar dat maakt ze nog geen goede opdrachtgever, klinkt het. Of zoals de Bossche bezorger Bas Masselink zegt; ,,Als wij steeds harder moeten werken, horen we toch meer te verdienen. Of ben ik nou gek?”