Volledig scherm
De bosmuis. © Gratis

Boswachter Natuurmonumenten: Bosmuizen, ze komen niet alleen in bossen voor

brabantEn ja hoor, constateert boswachter Frans Kapteijns, hier heeft weer zo'n kleine rakker zijn woning gemaakt. Afgelopen zaterdag liep ik weer eens door het bosgedeelte van de Oude Buisse Heide.

Aan de rand van het bos zag ik een klein gaatje in de grond met een heleboel zand ervoor. Dat moest een bosmuis zijn geweest. En ja hoor, hier heeft weer zo'n kleine rakker zijn woning gemaakt.

Bosmuizen hebben een donkerbruine rug en een zilverachtig grijze buik. Ze kunnen maximaal 11 centimeter lang worden en hebben een staart van maximaal 11,5 centimeter lang. Ondanks hun naam komen bosmuizen niet alleen in bossen voor, maar zijn ze ook in open terrein te vinden. Op akkers en zelfs in veengebieden.

Bosmuizen zijn vooral nachtdieren. Alleen in de zomer kun je ze ook in de schemering tegenkomen. Verrassend is de grootte van het leefgebied van zo'n bosmuis. Dit kan wel eens zo groot zijn als een half voetbalveld. Bosmuizen wonen in door hen zelf gegraven ondergrondse holen, meestal met één ingang. Wellicht is dat de reden dat er altijd zoveel zand voor de ingang ligt. Naast een nestkamer heeft de bosmuis ook een voorraadkamer.

Nuttig bij dreigingen en in winterperiodes. De nestkamer bevat bladeren, mos en vaak reepjes gras. Bosmuizen zijn goede klimmers die soms een oud vogelnest gebruiken als plekje om rustig te kunnen eten. Tevens zijn ze zeer beweeglijk en in staat flinke sprongen te maken. Daar moet je zeker rekening mee houden als je onderzoek doet naar muizen. Weet ik uit eigen ervaring.

Zo'n onderzoek doe je met lifetraps. Is zo'n lifetrap gevuld met een bosmuis en je schudt de val leeg in een plastic zak, reken er maar op dat het diertje poogt uit de zak te springen en dat met een enorme kracht.

Het zijn dan ook net kleine kangoeroes.

Volledig scherm
Frans Kapteijns, BOSWACHTER natuurmonumenten © copyright Marc Bolsius