Een gesloten strandtent op het strand van Scheveningen. Juist nu het zonnig voorjaarsweer is, lopen ze daar veel omzet mis.
Volledig scherm
Een gesloten strandtent op het strand van Scheveningen. Juist nu het zonnig voorjaarsweer is, lopen ze daar veel omzet mis. © ANP

Strandtent en pedicure aan huis de pineut: roep om bijstelling noodpakket groeit

De regering smijt in de coronacrisis met miljarden, maar toch vallen er ondernemers tussen wal en schip. Vooral in de loonkostenregeling en de bijstand voor zelfstandigen zitten nog de nodige pijnpunten. De druk op het kabinet wordt flink opgevoerd om over het hart te strijken en nóg royaler te zijn.

Klagen helpt. Dat is de les die veel ondernemers zullen hebben geleerd, nu het kabinet de eerste grote maatregel uit het oorspronkelijke noodpakket van 15,5 miljard euro flink heeft uitgebreid. Ook taxibedrijven, tattooshops, bepaalde toeleveranciers en nog veel andere bedrijven kunnen nu 4000 euro compensatie krijgen om de vaste lasten te kunnen betalen.

Staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat trekt liefst een miljard euro extra uit voor de zogeheten TOGS-regeling, die met 475 miljoen euro toch al niet misselijk was. Daarnaast strooit het kabinet met vele tientallen miljarden aan extra overheidsgaranties, zodat de kredietverlening aan bedrijven, de smeerolie van de economie, door blijft gaan. Gaat het alsnog mis, dan vangt de staat de klappen op.

En bij die gestes zal het waarschijnlijk niet blijven. Een rondje langs ondernemend Nederland leert dat er nog veel meer knelpunten zijn waarover het kabinet en sociale partners zich momenteel het hoofd breken. Want al is de dankbaarheid voor de royale reddingsboeien groot, niet elk bedrijf kan met de spelregels uit de voeten.

Voorjaarsweer

Neem de strandtenthouders, of andere bedrijven die van de seizoenen moeten leven. Knarsetandend moeten zij toezien hoe tijdens het mooie voorjaarsweer de deuren dicht blijven. Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken springt weliswaar bij met een tegemoetkoming in de loonkosten, maar de voorwaarden zijn met name voor seizoenswerk niet gunstig.

Dat zit zo: om in aanmerking te komen voor de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) -voorlopig budget: 10 miljard euro - moeten bedrijven hun omzet uit het vorige jaar door vier delen. Dit bedrag moet worden verrekend met de omzet die in maart, april en mei wordt gehaald. Het verschil in omzet bepaalt hoeveel tegemoetkoming een bedrijf in de loonkosten krijgt, tot een maximum van 90 procent van de loonkosten.

Maar voor de strandtenthouder, die het juist van de lente en zomer moet hebben, is deze manier van berekenen zeer onvoordelig: de berekende, misgelopen omzet is immers veel lager dan de omzet zou zijn geweest als de tent gewoon open was gebleven. Als de omzet uit dezelfde periode vorig jaar meegenomen zou mogen worden in de berekening, zou de tegemoetkoming veel hoger uitkomen. Maar dat mag dus niet. Althans, nog niet, want hierover wordt achter de schermen nog volop overlegd.

Tekst gaat verder onder de foto

De Europese auto-industrie ligt plat. Nederlandse toeleveranciers hebben daar veel last van.
Volledig scherm
De Europese auto-industrie ligt plat. Nederlandse toeleveranciers hebben daar veel last van. © EPA

In de kou

Ook de veelbesproken concernregeling is omstreden. Neem een technisch toeleverancier met zes vestigingen, die op één locatie de automobielsector bedient. Omdat alle autofabrieken stil liggen, heeft deze vestiging geen werk, terwijl de overige vijf vestigingen van het bedrijf wel doordraaien.

Daardoor kan op concernniveau mogelijk niet worden voldaan aan de eis dat de totale omzet minimaal 20 procent lager ligt dan normaal. Het gehele concern heeft daardoor geen recht op NOW, terwijl intussen het geld de onderneming uitvliegt, vanwege het ene onderdeel dat stilligt.

Tekst gaat verder onder de foto

Op 17 maart kondigde het kabinet de steunmaatregelen voor bedrijven aan. Nu de regelingen er zijn, neemt het gemor toe.
Volledig scherm
Op 17 maart kondigde het kabinet de steunmaatregelen voor bedrijven aan. Nu de regelingen er zijn, neemt het gemor toe. © ANP

En dan zijn er nog de zogeheten kapitaalintensieve bedrijven die helemaal niet zoveel mensen in dienst hebben, maar wel hoge kosten maken omdat ze veel hebben geïnvesteerd in machines of grond. Denk aan de chemische- of staalindustrie. Zij hebben niet veel aan een tegemoetkoming in de loonkosten en voelen zich in de kou staan.

Verliezen stapelen zich op

Ook op veel kleinere schaal zijn hierover klachten: neem bijvoorbeeld een kapper. Kapsalons zitten verplicht op slot en verdienen niks. De lonen van de medewerkers worden grotendeels doorbetaald, maar de lasten zijn vaak veel hoger. Ze krijgen weliswaar een compensatie van 4000 euro via de TOGS-regeling van Keijzer, maar dat is een eenmalige uitkering die over drie maanden uitgesmeerd moet worden en vaak niet genoeg is voor de huur. Elke week dat de kapsalon langer dicht zit, stapelen de verliezen zich verder op. Salons (maar ook winkels, cafés en zaken met soortgelijke problemen) kunnen dat misschien wel even uitzingen, maar daar zit wel een grens aan.

Quote

We staan nog maar aan het begin en er is waarschijn­lijk nog meer nodig

Woordvoerder werkgeversorganisaties

Buiten de boot

VNO-NCW en MKB Nederland hopen dat Koolmees de spelregels voor de loonkostenregeling alsnog aanpast. ,,We hebben met het kabinet afgesproken dat we tijdens het wekelijkse crisisoverleg met de sociale partners het maatregelenpakket gaan finetunen”, zegt een woordvoerder namens beide werkgeversclubs. Dat Keijzer nu al aanpassingen heeft gedaan, laat volgens hem zien dat er geluisterd wordt naar ondernemingen die klem komen te zitten. ,,We staan nog maar aan het begin en er is waarschijnlijk nog meer nodig.”

Behalve naar Keijzer en Koolmees wordt er ook nadrukkelijk gekeken naar staatssecretaris Tamara van Ark, die verantwoordelijk is voor de tijdelijke regeling voor bijzondere bijstand aan zelfstandig ondernemers (TOZO). Hoewel de voorwaarden erg soepel zijn, vallen sommige zzp’ers desondanks buiten de boot.

Neem een loopbaancoach die in Nederland actief is en hier ook zijn belasting betaalt, maar net over de grens in België woont. Hij voldoet niet aan de eis dat de bijstand bij de woongemeente moet worden aangevraagd en grijpt ook in België mis omdat hij daar niet bijdraagt aan de sociale voorzieningen.

Urencriterium

Iets soortgelijks geldt voor de pedicure aan huis die met 20 uur per week normaal net genoeg verdient om het hoofd boven water te houden. Momenteel heeft ze helemaal geen inkomen, maar ze komt ook niet in aanmerking voor de TOZO, omdat ze gemiddeld minder dan 24 uur per week werkt en het urencriterium niet haalt.

Voor hen moet een oplossing komen, zegt directeur Margreet Drijvers van het Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO). ,,Nu het eerste steunpakket is opengesteld, is het tijd voor fase twee. Alle ondernemers die nu buiten de boot vallen, verdienen ook ondersteuning.”