Volledig scherm
Willem Holleeder: ,,Dat licht in de tunnel heb ik gezien.” © Sjoukje Bierma

Holleeders bijna-doodervaring: ‘Sonja zei dat ik terug moest komen’

Eén van de laatste gesprekken van vandaag in de rechtbank met Willem Holleeder eindigde zowaar filosofisch. ,,Ik weet niet of ik in de hemel kom.”

Het is de vijftigste procesdag in de Amsterdamse extra beveiligde rechtbank en het moordproces tegen Willem Holleeder loopt op zijn einde. Na een ochtend gehakketak over een opname van Peter R. de Vries behandelt rechtbankvoorzitter Frank Wieland als afsluiting de persoonlijke omstandigheden van Nederlands beroemdste crimineel.

Wieland: ,,Hoe gaat het?”

Holleeder, die er net een verhitte discussie met officier van justitie Lars Stempher op heeft zitten: ,,Rustig.”

Dan gaat Wieland in op de bewogen jeugd van Holleeder in de Amsterdamse Jordaan. Holleeder groeide op bij een vader die aan de drank was en zijn kinderen sloeg. Holleeder ging de sportschool in om sterker te worden dan zijn pa en sloeg hem op een dag in elkaar.

Wolf of schaap?

Wieland wil weten of die harde afkomst Holleeders lot heeft bepaald? Hij vertelt een parabel over een wolf en een schaap. Je wordt degene die je voedt, eindigt het verhaal. Wie van de twee is Holleeder geworden?

,,Een goudvis, denk ik.” Hilariteit in de zaal. ,,Ik zit ook vaak in een kom waar ik niet uit kan.”

Dan gaat de zware crimineel er serieuzer op in. ,,In de Jordaan zijn een hoop mensen zanger geworden, of op een andere manier goed terecht gekomen. Bij mij is het op deze manier gelopen. Ik heb ervan gemaakt wat ik kon. Ik heb een hoop geld verdiend, maar ook veel verspeeld.”

Na de Heinekenontvoering heeft niemand van de familie nog geldzorgen gehad, zegt hij. ,,Ze kunnen nu allemaal doen alsof het zo erg is, maar ze hebben allemaal meegegeten. Inclusief mijn moedertje”, zegt de 60-jarige Holleeder.

Hij zegt zich dan ook niet te herkennen in de serie Judas. ,,Zondag zag ik aflevering twee. Eerlijk gezegd ben ik halverwege in slaap gevallen. Maar alles draait om Astrid en hoe fantastisch en slim ze wel niet is. Maar het klopt niet. Ze was altijd het buitenbeentje van de familie.”

Wieland verandert het onderwerp: ,,Hoe is het eigenlijk met uw hart?”

Holleeder: ,,Dat doet het. In de gevangenis heb ik al zeven keer een hartstilstand gehad. Ik heb een bordje op mijn cel dat ik niet gereanimeerd wil worden, mocht het nog eens gebeuren. Ik wil niet kwijlend in een rolstoel belanden. Niemand die de Neus wil duwen!”

Wieland: ,,Wat zegt u als u voor de hemelpoort staat?”

Holleeder: ,,Ik geloof niet dat ik in de hemel terechtkom. Ik heb wel een bijna-doodervaring gehad. Ik heb het licht gezien hoor. Het is net of je onder water bent, heel relaxed. Sonja riep dat ik terug moest kommen. Maar dat licht, dat kan ook de operatielamp geweest zijn.”

Quote

Ik heb een bordje op mijn cel dat ik niet gereani­meerd wil worden

Willem Holleeder

Psychopaat

Wieland: ,,Uw zus Astrid noemt u een psychopaat.”

Holleeder: ,,Mijn zus is een pseudologische (sic) leugenaar. Ik ben geen psychopaat. Heb me nooit willen laten onderzoeken. Dan ben je afhankelijk van mensen die denken te weten hoe het zit. Mij mankeert niks.”

Wieland: ,,Uw zus zegt ook dat u nooit gelukkig bent geweest.”

Holleeder: ,,Als er iemand van het leven heeft genoten ben ik het. Ik heb het goed gehad. Astrid is gewoon heel jaloers. Zij weet niet wat genieten is.”