Volledig scherm
PREMIUM
Met vriend en mede-gitaarhamsteraar Johan Borger in The Fellowship of Acoustics. © Erik Smits

‘Brave huisvader’ koopt peperdure gitaar: een totaal onverantwoorde aanschaf voor een amateur als ik

Hoewel hij nooit de Ziggo Dome plat zal spelen, heeft dichter/columnist Ingmar Heytze een bijna ontembare voorliefde voor gitaren. In gitaarwinkel The Fellowship of Acoustics in Dedemsvaart vond hij de peperdure gitaar van zijn dromen. ‘Dit instrument is zo goed dat ik er nieuwe gedichten in hoor.’

Als iemand me vraagt hoeveel gitaren ik heb, vind ik het pijnlijk om een eerlijk antwoord te geven: het zijn er tien. Elf als je mijn lapsteel op pootjes meerekent. Speel ik avond aan avond verzengende solo’s in een band die de wereld over reist? Ben ik een veelgevraagde studiomuzikant die een breed palet aan verschillende geluiden in huis moet hebben? Ben ik een steenrijke connaisseur die een verzameling zeldzame instrumenten voor het nageslacht bewaart?

Niets van dat alles. Ik ben een blanke man van bijna vijftig jaar. Ik heb twee jonge dochtertjes, een tweedehands auto, een hypotheek en een echtgenote die van me houdt, maar me niet begrijpt: wat moet ik in godsnaam met elf gitaren? Wat is er zo uniek aan dat ik ze allemaal nodig heb? Waarom schuim ik gitaarbeurzen, muziekwinkels en het grote internet af op zoek naar nummer twaalf? Wanneer is het eindelijk genoeg?