Zilveren gildekom uit 1746
Volledig scherm
Zilveren gildekom uit 1746 © Het Markiezenhof

Zilveren gildekom van kruiers uit Bergen op Zoom is unieke vondst

BERGEN OP ZOOM - Het begon met een tip. Van een oplettende zilverliefhebber. Over een afbeelding in een catalogus uit de jaren tachtig. Van een zilveren kom. ,,Zou die uit Bergen op Zoom kunnen zijn?'' Speurwerk van Klaas Hielkema en Cees Vanwesenbeeck gaf uitsluitsel: Bergs zilver. Geen twijfel. Via via achterhaalden ze de eigenaar. En ontdekten dat de kom uniek is.

Hielkema en Vanwesenbeeck hebben een belangrijke rol gespeeld bij Bergen op Zilver, de grote zilvertentoonstelling die tot eind deze maand in Bergen op Zoom is te zien. Nu presenteren beide zilverkenners die gildekom met gepaste trots. ,,Dit is echt heel bijzonder'', legt Hielkema uit. Want de kom is uit het jaar 1746. Een jaar later legden de Fransen Bergen op Zoom in puin, ze moordden en plunderden. Alles van waarde verdween uit de stad. ,,Het is een groot mirakel dat de kom dat heeft overleefd. Die moet ergens goed verstopt zijn geweest.'' Geroofd zilver werd vaak omgesmolten. Om het opnieuw te gebruiken. 

Als nieuw

Bovendien is de staat van het achttiende eeuwse object als nieuw. Gebruikssporen zijn niet te zien. Het is een dure kom. Ook al in die tijd. Zwaar. Gemaakt van 220 gram zilver. En heel opvallend: er zit slechts een oor aan. Dat komt zelden voor, zeggen beide experts. De kom is gemaakt door de destijds bekende Bergse zilversmid Zacharias van Dalen.

Zilverexpert Cees Vanwesenbeeck presenteert de gildekom.
Volledig scherm
Zilverexpert Cees Vanwesenbeeck presenteert de gildekom. © Chris van Klinken / Pix4Profs

Maar er is meer waarom beide expert spreken van een unieke vondst. In de achttiende eeuw is er amper Bergs zilver gemaakt. De stad kende een arme periode. ,,Er is veel zilver uit de zeventiende eeuw en eind zestiende eeuw'', vertelt Vanwesenbeeck. Pas in de negentiende eeuw kwam er weer zilver. Vooral om de katholieke kerk dat bestelde.

Vanwesenbeeck is het archief gedoken om meer te weten te komen over de kom. Hij ontdekte dat die is gemaakt in opdracht van het gilde van de cordewagerscruyers oftewel het kruiwagenkruiersgilde. Vandaar de afbeelding van zo'n kruiwagen op het object. ,,Van dat gilde is niks bewaard gebleven, behalve wat stukken in het archief.'' Die vertelden Vanwesenbeeck genoeg om hem duidelijk te maken dat de kom uit 1746 is. Want de namen van het bestuur van het gilde uit dat jaar staan er op. Een misverstand is niet mogelijk. Want in zowel het jaar voor 1745 als in 1747 had het gilde andere bestuursleden.

Dobbelen

Dat kruiwagenkruiersgilde bestond vanaf de veertiende eeuw en stopt eind achttiende eeuw. De ambachtslieden vervoerden met hun kruiwagens vracht van en naar de haven. Ze verzamelden zich in de buurt van het Spuihuis, aan de kop van de haven. En dobbelden om wie de vracht moet vervoeren. Dat dobbelen heet in oud-Nederlands smakken. De naam Smakkestraat herinnert daar aan. ,,Het gilde had een eigen onderkomen aan de haven'', aldus Vanwesenbeeck. Rond 1754 telde het ruim tachtig leden.

Waar de kom voor heeft gediend is voorlopig een raadsel. Omdat er geen gebruikssporen zijn, denken Hielkema en Vanwesenbeeck dat het object vooral voor de sier is gemaakt.

Aangekocht

De stad vond de gildekom zo bijzonder dat het voorwerp inmiddels is aangekocht. Over het bedrag dat er mee is gemoeid doet Johanna Jacobs, conservator van Het Markiezenhof, geen mededelingen. Ook over wie de eigenaar was, wil ze niks kwijt. Dat is zo met de vorige bezitter afgesproken.

In samenwerking met indebuurt Bergen op Zoom