Poolse kinderen in West-Brabant worden ondergedompeld in Nederlands taalbad

VideoSTEENBERGEN/ROOSENDAAL - Als een bang vogeltje kwam Lucas die eerste keer op school. Bijna een jaar geleden alweer zag directeur Wietse Visser van de Steenbergse Gummarusschool de Poolse kleuter komen. ,,Nooit eerder zag ik een kind dat zó diep in de jas van z'n moeder was weggekropen. Maar hij is los gekomen, hoor!”

Daar is deze maandagochtend niet veel van te merken. Verlegen stappen Lucas, Mia en Ibrahim aan de hand van juf Esther van Deurse het klasje binnen. Twee grote vreemde mensen die komen kijken, is best eng als je vier bent. Wat de twee Poolse kinderen en de Syrische Ibrahim gemeen hebben? Dat ze bijgespijkerd moeten worden in de Nederlandse taal. Spelenderwijs leren de kleuters de belangrijkste ‘schoolwoorden’ om zich te redden. ,,Dat een kind weet wat schoenen en veters zijn. Of een pen en potlood”, zegt Esther die tijdelijk is aangesteld om de Poolse en Syrische leerlingen op weg te helpen.

Ongeveer 10 van de 385 kinderen op basisschool Gummarus zijn Pools en nog eens 10 van Syrische afkomst. In de komende jaren groeit vooral de Poolse instroom, is de verwachting. De gemeente Steenbergen heeft een grote en vooral jonge Poolse gemeenschap waarvan het kroost overkomt uit het moederland of in Nederland is geboren, maar toch slecht Nederlands praat. ,,Je merkt het verschil tussen Poolse kinderen die wel of niet op de kinderopvang hebben gezeten. In de opvang pikken ze het Nederlands vrij snel op, al wordt er thuis in de meeste gevallen Pools gesproken”, aldus Visser. Maar ook de kleuters die al wat Nederlands kennen, hebben nog het nodige in te halen.

Volledig scherm
V.l.n.r. Lucas, Ibrahim en Mia krijgen op de Gummarusschool in Steenbergen extra taalles van juf Esther van Deurse. © Pix4Profs / Peter van Trijen

Die ervaring heeft ook Astrid IJzerman, leerkracht op basisschool De Appel (180 leerlingen) in de Roosendaalse Westrand en tevens coördinator ‘anderstaligen’ binnen het katholieke schoolbestuur KPO. Dat laatste betekent dat IJzerman zich in samenwerking met collega's van het openbare en protestants-christelijke basisonderwijs in Roosendaal inzet voor extra taalonderwijs aan Poolse kinderen. ,,We hebben op De Appel inmiddels 20 kinderen uit Polen, een flinke groep dus in zowel de onderbouw als bovenbouw. Er zijn ook al leerlingen uitgestroomd naar de middelbare school.”

Taalbad

Om de taalachterstand zo snel mogelijk weg te werken hebben de Roosendaalse basisscholen de handen ineen geslagen en het zogeheten Neven Instroom Project (NIP) laten landen op basisschool De Gezellehoek in Kroeven. Die school heeft ruime ervaring in het begeleiden van kwetsbare groepen kinderen. Wat NIP doet voor de Poolse jeugd? ,,De kinderen worden gedurende een jaar tot anderhalf jaar in een taalbad ondergedompeld”, lacht IJzerman. Alle basisscholen laten Poolse kinderen vanaf groep 3 zwemmen in dit figuurlijke bad. ,,We werken met een groep 3-4-5 en een tweede groep 6-7-8. In blokken van tien weken komt alles aan bod om de kinderen zo snel mogelijk Nederlands te leren.”

Daar horen bijvoorbeeld ook uitstapjes bij naar de supermarkt, een belangrijke plek in het dagelijks leven. Na anderhalf jaar badderen op De Gezellehoek stromen de kinderen terug naar de ‘eigen’ basisschool, meestal in de wijk waar de Poolse gezinnen wonen. ,,Alleen de kleuters in de groepen 1 en 2 gaan niet naar De Gezellehoek. De praktijk wijst uit dat deze jonge kinderen in twee jaar tijd het Nederlands op de eigen school voldoende onder de knie krijgen om naar groep 3 te kunnen ”, aldus IJzerman.

Volledig scherm
Stichting Poolse School in Roosendaal en Breda geeft op zaterdagochtend tweetalig onderwijs aan kinderen en volwassenen. Op zaterdag 15 december was in het Roosendaalse wijkgebouw Tolberg een Poolse kerstviering. © pix4profs/gerard van offeren

Ondertussen blijft de communicatie met Poolse ouders wel lastig, zeggen Visser en IJzerman. Polen zijn hardwerkende mensen die vaak in ploegendiensten werken waardoor Nederlands leren erbij in schiet. ,,Ik zie kinderen die vanuit de kinderopvang naar school komen en na school weer naar de kinderopvang gaan. Dan zie je de ouders alleen op een ouderavond”, aldus IJzerman. Ook op de Gummarusschool in Steenbergen gaan gesprekken regelmatig met handen en voeten. ,,Het helpt wel dat Polen elkaar goed weten te vinden. Het gebeurt regelmatig dat bij een intake-gesprek een bekende meekomt om te tolken. We zien ook éénoudergezinnen. Laatst kwam een Poolse moeder vragen of haar zoon op school kan komen. Zij is alleen en laat haar kind overkomen. De wil onder Polen om vooruit te komen, is groot”, aldus Visser. Hij ziet ook steeds meer Pools-Nederlandse huwelijken. De Gummarusschool heeft al enkele paren leren kennen.

Quote

Ik zie Poolse kinderen die vanuit de kinderop­vang naar school komen en na school weer naar de kinderop­vang gaan

Astrid IJzerman, Leerkracht basisschool De Appel in Roosendaal

Euro's

Visser maakt zich wel zorgen over het weinige geld dat beschikbaar is om docenten zoals Esther van Deurse te betalen. ,,Haar contract loopt tot het voorjaar. Hoe dan verder, is de vraag. Het draait helaas altijd om de euro’s.”

Daar hebben Lucas, Mia en Ibrahim nog geen weet van. Zij turen op een zee van kaartjes die ondersteboven op tafel liggen. Opdracht: vind de kaartjes die bij elkaar horen. Een tijger hoort bij een leeuw, een pen bij een potlood. Stille Lucas is goed op dreef. Hij wint overtuigend. Hard roepen doet‘ie nog niet. Maar de woordjes zitten wel degelijk in het kleuterhoofd. ,,Een kind moet ook dúrven spreken”, weet Esther. Dat is de volgende stap voor Lucas.

Volledig scherm
Juf Esther van Deurse speelt op de Gummarusschool in Steenbergen een geheugenspel met de Poolse kleuters Mia en Lucas en de Syrische jongen Ibrahim. © Pix4Profs / Peter van Trijen

‘Tweetaligheid is heel belangrijk’

Poolse kinderen in Nederland moeten zeker goed Nederlands leren. ,,Maar de Poolse taal is net zo belangrijk. Vandaar dat de Poolse School inzet op tweetalige opvoeding. Die zorgt ervoor dat de kinderen hun identiteit niet verliezen.”

De Roosendaalse Gosia Lubbers-Dabrowska, voorzitter van Stichting Poolse School in Breda en Roosendaal, zegt het met overtuiging. In Breda draait de Poolse School al twintig jaar. Het is een weekendschool. Gezinnen met Poolse achtergrond ontmoeten elkaar op zaterdagochtend in cultureel centrum ‘t Kraaienest. Kinderen van 3 tot en met 12 jaar krijgen Poolse les, terwijl ouders Nederlandse taalles kunnen volgen. De Poolse School kent sinds 2017 ook een Roosendaalse afdeling die op zaterdag zetelt in het wijkcentrum van Tolberg.

Behalve voor taalonderwijs biedt de Poolse School een podium voor culturele activiteiten en kennis van de Poolse geschiedenis. In aanloop naar kerst is er bijvoorbeeld een traditioneel Poolse kerstviering met liedjes en het uitwisselen van cadeautjes. ,,De kinderen gaan van te voren de straat op om Poolse liedjes te zingen”, lacht Gosia. De Poolse is al 28 jaar in Nederland, getrouwd met een Nederlander en moeder van drie volwassen kinderen. Of de kinderen zich Nederlands of Pools voelen? ,,Ze zijn hier geboren; het zijn dus Nederlanders met een bijzondere gevoelsband met Polen. Vergeet niet dat Poolse gezinnen die in Nederland wonen familie hebben in Polen. De kinderen moeten ook met hun opa en oma in Polen kunnen praten!” In Nederland zijn zo’n twintig Poolse Scholen actief.

In samenwerking met indebuurt Bergen op Zoom