Duncan's Ride: vorig jaar was Duncan (12) er nog bij, nu niet meer

videoDINTELOORD - Hij kan zijn tranen niet langer bedwingen. Zo ontroerd is Dinteloorder Marcel van der Goot zaterdagochtend bij het vertrek van Duncan's Ride. Een motortocht door West-Brabant en over Goeree-Overflakkee opgedragen aan zijn 12-jarige zoon Duncan die vorig jaar overleed aan een bijzondere vorm van kanker.

Een jaar geleden, tijdens het vertrek van de eerste motorrit, is Duncan behoorlijk ziek. Het ventje kan nauwelijks op zijn benen staan. Met zijn ouders zwaait hij de motorrijders uit. Nu is hij er niet meer bij. Wel de vlag met de namen van de deelnemers. Nu gedragen door zijn vader Marcel. Vol overtuiging zwaait hij de motorrijders uit.

Volledig scherm
Op het terrein van tomatenkweker Van Marrewijk in Dinteloord verzamelen zaterdagochtend ruim 160 motorrijders. © Timo Van De Kasteele

De motortocht is een initiatief van het plaatselijke Roparunteam Dintelstampers. De eerste editie goed voor 56 motorrijders. Nu ruim 160. Mannen en vrouwen. Op choppers en racemotoren. En alles daartussen. In groepjes van acht vertrekken ze vanaf het terrein van tomatenkweker Van Marrewijk op agrofoodcluster Nieuw-Prinsenland. 

"Het komt even keihard binnen", zegt Marcel, met tranen in zijn ogen. "Indrukwekkend en hartverwarmend tegelijk dat zoveel mensen hierheen zijn gekomen. Ze weten waarvoor ze het doen. En voor wie." Het inschrijfgeld van de rit gaat naar stichting Roparun, die jaarlijks een estafetteloop houdt van Parijs en Hamburg naar Rotterdam. De opbrengst is voor onderzoek naar kanker.
De deelnemers rijden een tocht van 200 kilometer. De eerste lus gaat door West-Brabant. Met een tussenstop bij restaurant Dintelmond in Heijningen. Het tweede deel gaat over Goeree-Overflakkee en Tholen, met als eindpunt sportcentrum De Buitelstee in Dinteloord. De route is uitgezet door Kees Smit, organisator van Roparunteam Dintelstampers.

BN DeStem gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement

In samenwerking met indebuurt Bergen op Zoom