Columnist Johan Gabriëls.
Volledig scherm
PREMIUM
Columnist Johan Gabriëls. © Jan Stads/Pix4Profs

Intens verlangen naar vlijmscherpe partijtjes in tijden van nerveus Covid-voetbal

columnZelfingenomen en vol trots neem ik de oefening nog eens door. De afstanden, de spelregels, de aantallen, de tijdsduur. Alles klopt. ‘Hoppa’, hoor ik mezelf zeggen nadat ik de werknaam van de trainingsvorm er boven zet: kegel-omtrap-voetbal. Oké, geen beste naam, maar het dekt de lading en daar gaat het om. 

Hoe het eruit ziet? Zonder al te diep in detail te treden, komt het hier op neer: twee teams van vijf spelers verdeeld over zeven vakken passen de bal in de breedte rond, waarbij ze steeds één vak op mogen schuiven. Teamgenoten moeten zijwaarts meebewegen, want de anderhalvemetermaatregel houden we in ere. De ploeg in balbezit speelt de bal snel door om zodoende het verdedigende team uit elkaar te spelen, zodat er een bres ontstaat in de defensieve linie. Dat resulteert erin dat de kegels op de achterlijn ‘open’ staan die de aanvallende partij dan om schiet. Bent U er nog?