Voorzitter Ronald van Goethem van Morres/Hulst: ,,We zijn altijd een club geweest, die presteren hoog in het vaandel had." foto Peter Nicolai
Jarenlang stond de club bekend om haar jeugdopleiding, die in talloze nationale titels voor jeugdteams resulteerde en in de hoogtijdagen in vier seniorenteams in de landelijke competitie.
Jan Schut trainde het vlaggenschip bij de mannen, dat in de eerste divisie uitkwam. Gerard Puijlaert had de tweede keus in de huidige regiodivisie onder zijn hoede. Het was in dezelfde tijd dat Guido de Beule de vrouwen in de tweede divisie leidde en Ronald van Goethem een klasse lager successen vierde met de tweede ploeg.
Nu het zeker is dat Morres/Hulst volgend seizoen alleen maar jeugdleden telt, staat een meer dan vijftig jaar oud volleybalbolwerk op instorten.
,,We hebben misschien de lat wel te hoog gelegd'', geeft Ronald van Goethem aan het eind van een gesprek in mineur aan. ,,We zijn altijd een club geweest, die presteren hoog in het vaandel had. We hebben ons afgevraagd of we niet een recreatievleugel en een prestatietak moesten aanleggen. De achterliggende gedachte was dat leden zelf zouden kiezen, waarbij je wel twee keer in de week moest komen trainen als je voor prestaties ging. Het zal niet meer nodig zijn. Alleen recreanten? Dan is het Morres toch niet meer! De sponsor ziet me al aankomen.''
Van Goethem was jaren geleden gedurende een lange periode voorzitter, trainde diverse teams en was lid van de technische commissie. ,,Ik stel alleen maar feiten vast'', verzekert hij, als hij zijn relaas doet. ,,Financieel gaat het goed. De hoofdsponsor is er nog. Weliswaar in afgeslankte vorm, maar er zijn andere sponsors bij gekomen. Het gaat vooral om het samen willen zijn, samen een prestatie willen leveren en daar plezier in hebben. Er wordt veel te veel in een 'ik'-vorm gedacht, maar volleybal is een 'wij'- verhaal. En wij bieden nu eenmaal geen pretpakket.'' Zijn verwijten zijn gericht aan het adres van velen, met uitzondering van het uit de tweede divisie gedegradeerde eerste vrouwenteam, dat uit elkaar valt. ,,Dat was een team dat werkte op basis van inzet en samen willen doen. Als die toch eens meer met elkaar hadden kunnen trainen, dan zouden ze niet gedegradeerd zijn. Veel verloren, maar geen ruzie onderling en veel plezier met elkaar. Maar al die anderen, waar kunnen die op terugkijken?''
,,Het mannenverhaal is veel eerder al fout gegaan. Ik zal niet zeggen dat ze optimale begeleiding hebben gehad, maar ze degradeerden met een team waarin best goede spelers zaten. Omdat ze het niveau waarop ze moesten gaan spelen te laag vonden, is een aantal gestopt en zijn er naar België gegaan. Werner Tak is daarna met een jeugdteam aan de slag gegaan. Met een paar goede spelers en een paar minder goede. Ze hebben geen deuk in een pakje boter gevolleybald. Dat is de dood van onze herentak geweest.''
In de vaste overtuiging dat er eer viel te behalen nam hij vorig jaar de voorzittershamer weer over van Frits Linssen. ,,We zijn het seizoen begonnen met drie damesteams: één in de tweede divisie, één in de eerste klasse en met nog jongere meiden, aangevuld met adspiranten, in de tweede klasse. Ik zou dat laatste team gaan trainen, maar een aantal heb ik nooit gezien. De beleefdheid om zelf af te bellen hebben ze niet gehad. We moesten dat team terugtrekken, waarna we drie adspiranten aan het tweede team wilden toevoegen.''
Dat was tegen het zere been van een aantal speelsters uit het tweede team. ,,Ze vonden dat de adspiranten veel te jong waren, terwijl ze hooguit drie jaar jonger waren. Nu, aan het eind van het seizoen, hadden Els Freijser, Marsha Moeliker en Eline Colsen van ons eerste team aangegeven dat ze er geen moeite mee hadden om met anderen op een lager niveau te spelen. We zijn bezig geweest met een speelster van De Sterre en van Savok, maar dat is mislukt. En speelsters van het tweede team hebben in al hun wijsheid besloten elders te gaan spelen. In plaats van te blijven voor elkaar, gaan ze weg voor elkaar.''
De voorzitter noemt het herhaaldelijk een mentaliteitskwestie. ,,We hebben nog steeds een goed kader, qua contributie zijn we zeker niet duur. Vroeger waren ze blij dat ze bij Morres mochten spelen. Nu willen ze niet voor elkaar gaan binnen een team, laat staan voor de vereniging. Als ze niet willen, houdt het op. Dan zijn alle excuses goed om te stoppen.''
De club telt nog zo'n zestig jeugdige leden. Van een acht leden tellend bestuur resteren nog Ronald van Goethem, Elly de Theije, Joop van Egmond en Gabriëlle Pauwels. ,,Gabriëlle is het enige bestuurslid met spelende kinderen. We gaan met ouders praten en willen dat er opstaan om ons te helpen. Ouders moeten toch inzien dat het ook een beetje hun verantwoordelijkheid is? Natuurlijk hebben wij vieren ook getwijfeld, maar we vinden het de moeite om door te gaan. Alleen: er staat nergens geschreven dat wij moeten. Als er niemand opstaat, haken wij ook af. Ja'', zegt hij, ,,ik ben wel optimistisch. Niet super, maar we hebben alleen maar jeugd meer. Dat kost een bestuurslid echt geen zeven uur per week.''






















