Dan wordt duidelijk of West-Brabant in Londen in één van de olympische disciplines een vertegenwoordiger krijgt. Die kans is nog altijd aanwezig.
Bas Wesselink (22) uit Bergen op Zoom behoort immers tot het groepje van drie waarvan er in Londen één wellicht kan starten op het onderdeel kanoslalom. Voorwaarde is dat Nederland op het EK van volgend jaar in het Duitse Augsburg een startbewijs, afdwingt. "En die kans is absoluut aanwezig", meent Wesselink. "Alle toplanden hebben zich inmiddels geplaatst, de wat kleinere kano-naties kunnen dat doen door een goede prestatie tijdens dat EK." Nederland kent drie slalomkanoërs die de top vormen. Naast Wesselink zijn dat Maarten Hermans en Robert Bouten. Het drietal moet als natie in eerste instantie een startbewijs zien af te dwingen voor Londen. Verder moeten de drie het onderling uitvechten op het water, met de 18 tot 24 poortjes en vooral de klok.
Wesselink zegt dat de rivaliteit overigens keurig binnen de grenzen van het sportieve blijft. "We moedigen elkaar gewoon aan. Je mag best respect en waardering tonen voor een tegenstander."
De criteria die beslissen over wie van de drie in Londen op het wilde water mag starten zijn duidelijk: In een wereldbekerwedstrijd of EK moet één keer een plaats binnen de eerste zestien en een plaats binnen de eerste tien op het palmares van de betreffende kanoër verschijnen. Twee klasseringen, twee nominaties derhalve. De man die aan de vooravond van de Spelen in 2012 de beste papieren over weet te leggen, kan zijn koffers pakken en afreizen naar Londen. Wesselink: "Ik heb momenteel een achterstandje op mijn twee concurrenten. Zij hebben beiden al een top-16 klassering achter hun naam. Ik niet, maar dat is geen drama. Er komen nog voldoende wedstrijden om aan die eisen te voldoen."
Indien de drie atleten allemaal twee nominaties op zak hebben, gaat degene met de hoogste klassering. "Er is dus nog niets bekend."
Wesselink volgt thuis een studie sportmanagement. "Maar je mag me best als fullprof beschouwen. Tijdens het WK 2011 in Bratislava ben ik tijdens de landen teamwedstrijd zevende geworden. Dat leverde me de A-status van het NOC op." Als kandidaat olympiaganger mag Wesselink daardoor een maandelijkse toelage tegemoet zien. Geen vetpot, maar het maakt het hem wel mogelijk te leven als professional. "Toch moeten we zelf ook flink wat bijdragen. Omdat ik bij de top zit, wordt mijn materiaal met flink wat korting geleverd. Die kanofabrikanten willen op die manier hun materiaal promoten, maar reiskosten komen voor een groot deel uit eigen portemonnee."
In de aanloop naar de belangrijke wedstrijden die zullen beslissen over thuisblijven dan wel deelnemen aan de Spelen, verricht Wesselink ook tijdens de wintermaanden wekelijks zo'n 36 tot 40 uur trainingsarbeid. In het buitenland op het wilde water in Bratislava en Augsburg, maar niet zelden is hij ook op de Bergse Binnenschelde en in het krachthonk te vinden.
Zo bereidt Wesselink zich voor op de belangrijkste wedstrijden uit zijn loopbaan. Al kijkt hij inmiddels toch ook al iets verder dan Londen. "Lukt het me niet om in 2012 uitgezonden te worden naar de Spelen, dan denk ik toch aan Rio de Janeiro 2016. Maar zover zijn we nog lang niet."
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.
























