Rob Tolhuijs voor de foto van het team waarmee hij vorig jaar promoveerde naar de eerste klasse. 'De uitdaging is om daar structureel in te blijven.' foto Peter van Trijen/het fotoburo ;Rob Tolhuijs voor de foto van het team waarmee hij vorig jaar promoveerde naar de eerste klasse. 'De uitdaging is om daar structureel in te blijven.' foto Peter van Trijen/het fotoburo
HOCKEY - Als speler maakte Rob Tolhuijs (51) deel uit van de gouden generatie van Etten-Leur. Als trainer van diezelfde hockeyvereniging kneedt de Roosendaler geduldig aan een nieuwe succesformatie.
Hij wil een rekening uit het verleden vereffenen.
Daarover later meer. Eerst maar eens naar de actualiteit. Nul punten uit de eerste vier wedstrijden in de eerste klasse B. Dat kan beter voor de degradatiekandidaat.
"Dat woord neem ik niet in de mond. Ik maak me juist helemaal geen zorgen. Er wordt goed en hard getraind. De eerste punten gaan de komende weken komen."
Tolhuijs is het type dat uren aan een stuk over hockey kan praten. Een bevlogen man, bij wie het glas vaker half vol dan half leeg is. "Ik sta liever 's avonds in regen en wind met een groep sporters op het veld dan dat ik thuis op de bank zit."
Etten-Leur zit Tolhuijs inmiddels in het hart. Nog meer dan Pelikaan, de Roosendaalse club waar hij voor het eerst een stick vasthield en later successen kende als vrouwencoach. "Maar bij Etten-Leur heb ik mijn mooiste periode beleefd."
Daarbij refereert hij aan de zeven jaar dat hij onderdeel uitmaakte van het succesvolle mannenteam. Drie jaar, verdeeld over twee periodes, speelde hij met de vereniging in de eerste klasse: 1984-1985, 1988-1989 en 1989-1990. Hij deed dat met mensen als Peter Reijnaars, Lambert van de Wiel, Willem van der Kreek, Roel Lukas en Paul van Nistelrooij. Aan de Concordialaan, op sportpark De Lage Banken. Aan de andere kant van het spoor. Op de scheidslijn tussen de voormalige dorpskernen Etten en Leur.
"Ik kwam daar in 1983. De eerste twee maanden speelde ik zelfs nog op gewoon gras. Daarna maakte ik kennis met de eerste generatie kunstgrasvelden."
Na zijn jaren bij Etten-Leur, waar hij op zijn dertigste stopte na de degradatie uit de eerste klasse in 1990, keerde hij terug naar Pelikaan. In de zomer van 2009 liet hij zich verleiden door het Belgische Dragons. "Met veel plezier heb ik daar leiding gegeven aan de oudste meisjes. Zeg maar de A-jeugd in Nederland. Daarmee werden we derde van België. Het was erg interessant om daar te werken, maar het vele reizen ging me steeds meer tegenstaan."
Ondertussen ging de telefoon weer bij Tolhuijs, wiens drie dochters allen hockeyen. Of hij bij Etten-Leur de mannen onder zijn hoede wilde nemen. Hij kon de lokroep niet weerstaan. "De vereniging wilde hogerop en er werd me een goede groep beloofd. Ik vond het een eer om terug te komen."
Het werd een succesvolle terugkeer. Het team dat in 2009 nog ternauwernood aan degradatie was ontsnapt in de tweede klasse, promoveerde in 2010 via de tweede plaats naar de eerste klasse. Het niveau waar Etten-Leur al 21 jaar van verstoken was. En juist Tolhuijs gidste de mannen naar het platform waar hij zelf ooit acteerde. Daar neemt de coach nu geen genoegen meer mee. Hij wil meer. "In de jaren '80 lukte het ons niet om Etten-Leur in de eerste klasse te houden. Dat moet nu anders. Dat is ook mijn persoonlijke uitdaging. Dat wat in het verleden niet lukte, moet nu wel gaan gebeuren. Van de mannen een structurele eersteklasser maken."
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.























