Mathieu Hermans juicht als hij als winnaar over de finish gaat van de laatste etappe van de 43e Ronde van Spanje in 1988. Het was zijn zesde ritzege in de Vuelta van dat jaar. archieffoto Dominique Mollard/AP ;Mathieu Hermans juicht als hij als winnaar over de finish gaat van de laatste etappe van de 43e Ronde van Spanje in 1988. Het was zijn zesde ritzege in de Vuelta van dat jaar. archieffoto Dominique Mollard/AP
Jeroen Blijlevens uit Rijen was in de jaren negentig de laatste succesvolle spurter van vaderlandse bodem.
De Rabobank-ploeg speelt deze Vuelta in de massasprints weer de Spanjaard Oscar Freire uit, die in de finale aan zijn lot overgelaten wordt. Volgens oud-sprinter Mathieu Hermans legt Rabobank bij de scouting te veel het accent op klimmers. "Ergens bij Luik laten ze jongens een klim van vijf kilometer zo hard mogelijk oprijden en dan meten ze de VO2max, het maximale zuurstofopnamevermogen. Een Cavendish was er zo nooit doorgekomen."
Vacansoleil laat zijn snelle mannen Romain Feillu (sleutelbeenbreuk) en Borut Bozic thuis. Bij Skil ontbreekt Kenny van Hummel, maar die is binnen de eigen ploeg overvleugeld door de veelbelovende Duitser Marcel Kittel.
Zelf won Hermans in 1988 (6) en 1989 (3) negen etappes in de Vuelta plus één in de Tour. Hij is nu manager verkoop Benelux van sportkledingproducent Bio-Racer, maar volgt het wielrennen nog op de voet. Als analyticus maakt hij tijdens de Tour de France deel uit van de NOS-équipe. "Er wordt in Nederland al jaren niets aan opleiding van sprinters gedaan. Er is talent verloren gegaan. Ik denk aan Marvin van der Pluijm uit Hank, die ik toevallig ken van De Jonge Renner. Voor hem was helemaal geen belangstelling. Ik begrijp dat niet. Je kunt tegenwoordig in Nederland wielrenner van het jaar worden zonder een wedstrijd te winnen. Het gaat toch om winnen? Okay, een aanvaller rijdt langere tijd vooraan in de wedstrijd. Een klassementsrenner komt in de finale in beeld. Een massasprint is maar een moment. Dan spreken we van een saaie etappe. Waarom is een sprinter toch interessant? De winnaar staat op het podium en in alle kranten. Die pakt altijd publiciteit. De kunst van het winnen beheersen er niet zo veel. Met Theo Bos heb je in Nederland iemand met potentie. Maar hij rijdt dit jaar weer geen grote ronde bij Rabobank. Die drie weken koers heb je nodig om te groeien. Kijk hoe lang McEwen erover heeft gedaan om er te komen."
Hermans boekte zijn grootste successen als renner in Spanje in Spaanse dienst. Hij hield er de bijnaam van Spaanse Brabander aan over. Vanuit Catalonië is hij na zijn actieve carrière neergestreken in Dongen, niet ver van de Drunense Duinen, waar de basis is gelegd voor zijn profloopbaan. Hij liet er zich afbeulen door Albert Stofberg, voormalig bondscoach van de veldrijders en zweminstructeur. Het was ook als veldrijder dat Hermans zijn eerste profcontract afdwong bij Orbea.
"Ik maakte in mijn diensttijd deel uit van de militaire selectie. Wegens de ziekte van Pfeiffer zat ik in de ziektewet. Op een zaterdag nam ik toch deel aan een veldrit in Harderwijk en die won ik tot mijn verbazing ook nog. Volgens afspraak ben ik na afloop met Stofberg naar Spanje vertrokken om daar trainingen te geven. Het weekeinde erop zou er een veldrit in Spanje zijn. Maar op maandag werd er gebeld vanuit de militaire dienst: dit was desertie. Dus ik op dinsdag terug naar de Vliegbasis Volkel. Ik had één geluk: het waren daar bijna allemaal sportliefhebbers. Met knikkende knieën heb ik een preek van een half uur aan moeten horen. Na dat gesprek zei ik: 'Ik heb toch nog een vraag. Zaterdag is er een veldrit in Spanje. Als ik daar goed presteer, kan ik misschien prof worden.' 'Jij durft wel', zeiden ze. 'Opdonderen nu en wel winnen hè.' Ik won die veldrit. De week erna heb ik een contract getekend."
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.























