Nick Zuijkerbuijk, bij de basiliek in zijn woonplaats Oudenbosch: 'Ik begreep niets van die eerste brieven over dopinggebruik. Ik? Doping?' foto Peter van Trijen/het fotoburo
Zie ook:
Thuis bij zijn ouders, enkele honderden meters verderop in Oudenbosch, liggen ook alle geopende, ongeopende en vooral onbetaalde rekeningen van de Nederlandse Dopingautoriteit. "Ik schat bij elkaar zo'n vijf- à zesduizend euro."
Hij beweert dat hij ze nooit zal betalen. Wat er ook gebeurt.
Opgekropte woede uit zich een eerste keer. "Ik heb de Dopingautoriteit toch niet gevraagd om in beroep te gaan bij het CAS (hoogste Europese rechtspreker op het gebied van dopingvraagstukken)? Laat ze die procedurekosten zelf maar betalen."
De asbak is vol, over de verwarming in het kleine Oudenbossche appartement, hangt ondergoed te drogen.
Op tafel een echo. Een foto. Anderhalf jaar, net zo lang als zijn schorsing nu loopt, kent Nick Zuijkerbuijk Rotterdamse Patricia. In augustus 2011 hoopt zij moeder te worden en hij vader. Haast gelijktijdig met het moment waarop zijn schorsing van twee jaar afloopt. Een opmerkelijke parallel is het.
"Stom", geeft hij volmondig toe. Vreselijk stom dat hij de verleiding van het witte poeder niet kon weerstaan. "Heeft hij het lef nog één keer dat spul te pakken, dan ben ik weg, pak ik mijn koffers", zegt Patricia. Een glimlach op zijn gezicht. "Da's de stok achter de deur hè, ik heb nu niets meer in te brengen."
Hij keert terug naar die avond in die Oudenbossche kroeg.
"Stikgezellig was het, veel, te veel gedronken. Moe. Toen vertelden mijn vrienden dat ze wel iets hadden waardoor je langer door kon gaan. Geen moment aan de consequenties gedacht. Wist ik dat het kwaad kon. Zo naïef was ik."
Zeven dagen later, na de wedstrijd in de eredivisie driebanden van zijn team A1 uit Apeldoorn tegen Crystal Kelly uit Waalwijk, stond hij op de trein te wachten. Een telefoontje van de clubleiding. Of hij nog even terug wilde komen voor de dopingcontrole omdat een teamgenoot, die aanvankelijk gecontroleerd zou worden, al vertrokken was. Nick Zuijkerbuijk volgde de cluborders en leverde zijn plas in, niet wetende dat sporen van cocaïnegebruik negen tot tien dagen en bij een enkeling zelfs langer in het lichaam vindbaar blijven.
"Ik begreep niets van die eerste brieven over dopinggebruik. Ik? Doping? Hoezo, waarom? Dat kon niet. Ik was die avond in de kroeg al lang vergeten."
De brieven volgden elkaar in snel tempo op. Een standaardschorsing van twee jaar met de mogelijkheid om in beroep te gaan bij het ISR, het sportinstituut voor sportrechtspraak, was de eerste stap in een langdurig proces. Zoals de straf van turner Yuri van Gelder gehalveerd werd, zou ook Zuijkerbuijk na een jaar weer vrij zijn van zonden. Hij kon ermee leven. "Ik trainde gewoon door. Natuurlijk was ik dom geweest. Die straf, hoe zwaar ook, kon ik wel accepteren"
Waar de Dopingautoriteit de wereldkampioen turnen met rust liet, ging ze wel bij het CAS in beroep in de zaak Zuijkerbuijk. Dat legde hem opnieuw een sanctie van twee jaar op.
"Ik voelde me genaaid, belazerd. Ik had al een team waarvoor ik deze competitie uit zou komen. Een week voor die begon, viel de brief van het CAS binnen. Ja, waarom Yuri van Gelder wel en ik niet? Kan iemand me dat vertellen? Omdat hij de grote meneer is en ik de kleine biljarter? Dat deugt toch niet. Twee maten, onrecht. Weet je, ik heb maanden wakker gelegen, nachten liggen piekeren. Heel de wereld leek tegen me, alsof ik iemand had toegetakeld, een zwaar misdrijf had begaan. Als ik eraan denk, word ik nog woedend. En dan hebben ze ook nog het lef om mij de rekening van het beroep te sturen."
Anderhalf jaar schorsing heeft hij nu achter de rug. Naar zijn keu heeft hij de laatste maanden nauwelijks nog omgekeken. "Dikke laag stof, denk ik. Ik ben wat aan het darten gegaan. Kijken ze je niet aan als je een pilsje drinkt tijdens de wedstrijd. Bij een biljartwedstrijd is dat zowat een doodzonde."
Of hij ooit terugkeert in de sterkste driebandencompetitie van de wereld, weet hij niet.
"Misschien in de derde divisie, in het café van mijn oom in Oudenbosch. Ik ben er nog niet uit. Het voelt nog steeds als onrecht. Waarom ik wel? En onrecht, weet je, dat doet zo'n pijn. Neem dat maar van me aan."
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.


Sorteer reacties




















