Kees Kuijs met een foto van het wereldelftal waar hij ooit voor speelde. Kuijs zelf staat helemaal links met daarnaast vlnr Faas Wilkes, Cor van der Hart, Ferenc Puskas en Abe Lenstra.foto Ron Magielse/het fotoburo
De 43-voudig international is bezorgd, zo meldde hij in een handgeschreven
brief aan de sportredactie van BN/De Stem.
Bezorgd om de vele
hamstringblessures bij de club, die hij als stopperspil acht seizoenen
(1954-1962) aan een stuk diende. Kuijs, voormalig fysiotherapeut. "Hoe
ouder je wordt, des te meer je gaat graven. Het verbaast me dat NAC met
zoveel soortgelijke blessures te maken heeft. Ik hoop dat de oorzaak snel
wordt achterhaald."
Wanneer we Kees Kuijs opzoeken in zijn
huis in Breda, staat hij al op het balkon te wachten. Hoewel de tachtig in
rap tempo nadert, is de NAC-held van weleer nog altijd kwiek van lichaam en
van geest. Alleen de knie sputtert zo nu en dan wat tegen. "Tot een
maand of drie terug liep ik nog hard. Helaas zit dat er nu even niet in"
, vertelt de krasse senior.
Hij volgt zijn cluppie nog altijd.
Nauwlettend, constructief kritisch en bij voorkeur live in het Rat
Verleghstadion. De 'aanvallende impulsen' van Patrick Mtiliga en Kurt Elshot
bekijkt hij met extra belangstelling, terwijl Kuijs een zwak heeft voor de
aimabele waakhond in de defensie, Rob Penders. "Een jongen met
NAC-bloed. Als ik lees hoe hij als reserve meeleeft met zijn ploeg, prachtig
gewoon. Zo hóórt het."
Het doet hem denken aan de
tijd dat hij zelf nog actief was als verdediger. Onder coach Rat Verlegh was
NAC in die jaren nog echt een club van Bredase jongens. En de in Anna
Paulowna geboren Kuijs een uitzondering. Nu is alles anders, maar zeker niet
minder dan toen.
Kuijs: "Ik kan niet tegen mensen die afgeven
op NAC, altijd maar iets te zeuren hebben. Het doet me oprecht goed dat
Breda zo meeleeft. Wat dat betreft, is de club niets veranderd. Ook in mijn
tijd trokken we gemiddeld 13.000 toeschouwers."
Kuijs'
schrijven aan de redactie heeft dan ook niets te maken met welke vorm van
kritiek dan ook. Het briefje was meer iets dat 'zomaar' in hem opkwam. De
Bredanaar staat ervan te kijken hoe hard er tegenwoordig wordt getraind. En
niet alleen bij NAC. "Als ik op tv beelden van het Nederlands elftal
zie, denk ik wel eens: 'moet dat zo fel?' Je ziet tegenwoordig zelfs dat
spelers op de training geblesseerd raken!"
Als semi-prof bij
NAC was zoiets ondenkbaar, kijkt Kuijs terug. Hamstringblessures vormden een
zeldzaam fenomeen in een tijd dat er dinsdags slechts 'een pittige
conditietraining' op het programma stond en pas op donderdag 'de bal in het
spel kwam'. Veel vaker werrd er niet getraind. Kuijs: "En wanneer op
zondag de wedstrijd was, gingen we zonder warming-up het veld op. Pas nádat
onze keeper een trekje van een sigaret had gekregen van een supporter."
Beslist niet ideaal, beseft Kees Kuijs. Wél kenmerkend voor de tijd van toen.
"Je hoort trainers nu vaak zeggen dat spelers niet in de basis staan
omdat ze niet goed getraind hebben. Ik denk dat spelers met een goede
conditie niet altijd voluit hóeven te gaan op de training. Wij speelden
vroeger bijna altijd met hetzelfde elftal. Blessures kenden we nauwelijks."
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.























