De anekdotes over 'Uugi', zoals hij in zijn sportieve thuis in Inzell liefkozend wordt genoemd, doen het altijd goed langs de schaatsbaan.
Alsof een Mongoliër in het internationale schaatscircuit nog niet spannend genoeg is, slaagde de 23-jarige Uuganbaatar Galbaatar er ook nog twee keer in om spoorloos te verdwijnen. Beide keren kwam hij weer boven water, de verdwijntrucs duwden zijn cultstatus nog een tikje omhoog.
De eerste keer was bij zijn komst naar de schaatsacademie in Inzell, waar de nationale bond hem dit seizoen naar afvaardigde. Het schaatshuis voor de hele wereld, gerund door onder anderen Tristan Loy en sprintlegende Jeremy Wotherspoon, biedt Galbaatar de kans professioneel te trainen én ijstijd te maken buiten het Mongolische winterseizoen.
Daarvoor liet de kampioen van Mongolië, afkomstig uit Ajmag Bulgan, zijn vrouw en dochtertje van twee achter. Hij mist ze, zegt hij in kinder-Engels in de verwarmde tent van zijn managementbureau SportNavigator.nl, achter de ijsbaan in Heerenveen. "Maar ik heb een doel: ik wil namelijk de beste schaatser van de wereld worden."
En daarom ondernam hij de wereldreis naar Zuid-Duitsland. Via Polen kwam hij terecht in Berlijn. Slechts één treinrit scheidde hem nog van zijn bestemming: de Kia Speedskating Academy. Tijdens die laatste etappe verdween hij van de radar. "Hij was uit de trein gezet, kreeg ik over de telefoon te horen. Maar waar en waarom? Geen idee", zegt Marnix Wieberdink, het Nederlandse brein achter de academie. Uiteindelijk vond Wieberdink uit dat Uugi in Rosenheim zat, niet eens zo heel ver van het reisdoel. Hij stapte in de auto, reed de Autobahn A8 af en pikte zijn nieuwste aanwinst op.
Die stortte zich vol overgave op een nieuw regime van voltijdse training. "We kunnen twee keer per dag op het ijs, als we willen", meldt Uugi. "In Mongolië is geen kunstijs. Alleen natuurijs, twee maanden", zegt de man die op zijn vijftiende pas begon met schaatsen. "In december en januari kun je er rijden. Wel op een baan, niet op een meer, maar het is niet lang. Inzell is beter."
Ook nieuw: de gezamenlijke fietstraining. Met de bonte groep schaatsers uit alle uithoeken van de wereld - in de tent in Heerenveen hangen Russen, Indiërs, Polen, Zweden, Roemenen in zitzakken kriskras door elkaar - trok Galbaatar er afgelopen zomer op uit voor een rit door de bergen. Het was de tweede keer dat hij verdween.
Hij moest lossen, samen met een andere schaatser, maar daar raakte niemand van in paniek. Ook niet toen het duo na drie uur - de groep was al een uur binnen - uiteengeslagen bleek te zijn in twee solisten. Aanvankelijk werd laconiek gereageerd: 'Die komt straks wel'. "Maar na zeven uur besloten we toch de politie maar in te schakelen", zegt Wieberdink. En net toen hij zijn vingers op de telefoontoetsen had gezet, kwam Uugi aanrijden. Hij stalde zijn fiets en ging zitten voor het eten. Waar hij geweest was die zeven uren? Niemand weet het. Uugi voelde zich ook niet geroepen tekst en uitleg te geven.
Misschien vanwege zijn gebrekkige Engels, of het matige Mongolisch van de rest. Maar misschien ook wel gewoon omdat Galbaatar zich niet zo snel druk maakt. Eigenlijk is hij altijd tevreden, zeggen medewerkers van de schaatsacademie. Zelf bevestigt hij dat, in zijn korte zinnen: 'Never sad' - nooit treurig. De koks van de schaatsschool, onder wie de voormalige uitbater van het legendarische Inzellse
schnitzelparadijs Schnitzel-Willy, zien hem helemaal nooit mokken. Alleen de kokkin van de academie kan Uugi afleiden van een gevecht op leven en dood aan de tafelvoetbaltafel. De klassieke keukenbazin, voorzien van een stevig postuur en geblokte theedoek, zeult een pan soep voorbij. Het lievelingseten van haar Mongolische kostganger. Niet dat Galbaatar in zijn thuisland honger leed, maar hij moest wel even wennen aan de onbeperkt beschikbare sportmaaltijden.
Ondanks de extra training vlogen de kilo's eraan. Acht om precies te zijn. "Te veel gegeten", zegt hij verlegen. Nu, in Heerenveen, is hij weer op gewicht. Langzaam begint hij te wennen aan zijn nieuwe leven. Net als de meeste bewoners van de schaatsacademie, bewandelt Uugi een weg van vallen en opstaan. Niemand is meteen Jeremy Wotherspoon, daar gaan maanden, soms jaren van hard werken aan vooraf.
In één ding zijn Galbaatar en zijn collega-leerlingen wel al gelijk aan de oud-wereldkampioen sprint: ze zijn vastberaden en bereid tot opofferingen. Want de cultstatus ten spijt: de Mongoliër is bloedserieus in zijn streven een goede schaatser te worden. Hóe fanatiek hij is, toont hij achter de tafelvoetbaltafel - zijn favoriete tijdverdrijf na het schaatsen. Op de tribune van Thialf zit Uugi zich dan ook te verbijten, als hij de lange stoet internationale rijders voorbij ziet glijden. Daar had híj moeten staan. Net als vorig jaar, toen hij zich wel kwalificeerde voor de World-Cupwedstrijden. In Heerenveen en Berlijn kon hij weliswaar geen potten breken, hij werd laatste in 7.11,26 en hield in Duitsland twee schaatsers achter zich met 7.11,95 op de vijf kilometer, maar hij wás er wel. Binnenkort is hij weer te bewonderen op het ijs, in plaats van ernaast, belooft hij. "Ik zal hard werken. Oefenen tot ik de beste schaatser ter wereld ben."
























