Een medewerkster van het gisteren failliet verklaarde HFC Haarlem sloot gisteren de fanshop in het stadion af. foto Marcel Antonisse/ANP
Zeven jaar voor de eerste auto in Nederland reed en in hetzelfde jaar dat de Eiffeltoren en de Moulin Rouge in Parijs opengingen, werd de Haarlemsche Football Club Haarlem opgericht. Dat was op 1 oktober 1889. Mede-oprichter Piet Charbon was destijds de eerste captain en voorzitter van de nieuwe vereniging. Schaatser en wielrenner Jaap Eden behoorde tot de eerste leden.
De historie van Haarlem is in twee brokstukken te verdelen. Tot 1954 een amateurvereniging en vanaf de introductie in dat jaar van het betaalde voetbal in Nederland een profclub. Overigens hield Haarlem daarna nog tot vrij recent een amateurtak, zoals het ook lang een honkbal- en atletiekafdeling heeft gehad.
Hoogtepunt in de geschiedenis is het landskampioenschap in 1946. Dat was in het eerste jaar na de oorlog. Haarlem had geen stadion - in 1944 door de Duitsers geconfisqueerd - noch een trainer en geld om een behoorlijk shirtje en broekje voor de spelers aan te schaffen. Maar de club had wel sterspeler Kick Smit en ook Piet Groeneveld en Wim Roosen. Drie geweldige voetballers, met Smit als dé architect van het team. Haarlem werd op 17 juli kampioen door Heerenveen – met Abe Lenstra – met 2-0 te verslaan. Het duel had plaats op het RCH-terrein.
Op 2 juni 1969 promoveerde Haarlem voor het eerst naar de eredivisie. Door doelpunten van Wietze Couperus (twee keer) en Piet Hoeben werd Helmond Sport verslagen en was de promotie een feit. Er zaten 15.000 mensen op te tribunes en na afloop maakten de spelers en trainer Barry Hughes in vier open wagens een ereronde over de Grote Markt.
Haarlem zou, nadat het gedegradeerd was, nog twee keer promoveren naar de eredivisie: in 1976 en 1981. Na de degradatie in 1990 heeft het twintig jaar tevergeefs gewacht op zo'n nieuwe stunt.
Op 11 januari 1976 behaalde Haarlem zijn grootste overwinning in haar profbestaan. Willem II werd die dag met 9-1 verslagen. Johnny Metgod maakte het eerste doelpunt. VI's hoofdredacteur Johan Derksen was destijds de linksback van Haarlem.
Op 17 december 1978 haalde Barry Hughes in de wedstrijd tegen AZ'67 plots een rolfluitje uit zijn zak en blies daarmee in de richting van Georg Kessler, de coach van de Alkmaarders. Een hilarisch moment.
Hughes wilde daarmee Kessler, met wie hij het absoluut niet kon vinden, te kakken zetten. Dat lukte, al bleef Kessler er stoïcijns onder. Haarlem won met 3-2 door goals van Reuser, Van Leen en Böckling.
Op 24 september 1983 speelde Haarlem een andere opvallende wedstrijd. Zes dagen nadat Ajax Feyenoord met 8-2 had opgerold, kwamen de Amsterdammers naar Haarlem. In het doel stond Stanley Menzo. De reservekeeper van Ajax was gehuurd ter vervanging van Edward Metgod die lang uit de roulatie was. Ruststand: 0-3. Maar de 13.000 toeschouwers gingen na rust uit hun dak. Door doelpunten van Joop Böckling (2x) en John Verschoor werd het nog 3-3. Een half jaar later won Haarlem zelfs in De Meer met 0-3 van Ajax.
Na de degradatie in 1990 heeft Haarlem eenmaal aan de nacompetitie meegedaan. Dat was vier jaar terug, toen de ploeg onder leiding van Gert Aandewiel de vijfde periode won. Het is het laatste sportieve hoogtepunt geweest van HFC Haarlem.
De Eiffeltoren staat er nog, Haarlem is omgevallen.


Sorteer reacties




















