Edith Moerenhout en Koos Moerenhout en Stef en Cindy Clement (vlnr) achter de tafel in Made: 'In de zomer komt het nooit uit om naar De Efteling te gaan'.foto Johan Wouters/het fotoburo
Dat wielercafés in een behoefte voorzien tijdens de lange, koersloze winterperiode, blijkt uit de successen van eerdere bijeenkomsten in ondermeer Oss en Zundert.
Ondertussen is ook duidelijk dat er meer bij komt kijken dan een kleurrijke wand vol oude shirts enkele oud coryfeeën om het publiek te boeien. Tijdens het eerste uur van het Madese wielercafé in 't Trefpunt hadden de bezoekers (een kleine honderd) meer behoefte aan gezellig wat kletsen dan te luisteren naar drie Madese oud-renners uit de jaren vijftig.
Alle drie waren ze ooit veelbelovende profs geweest, maar alle drie ook kwamen niet verder dan enkele Tourdeelnames.
De 80-jarige Jos Suijkerbuijk vertelde (weer eens) dat hij zo hard kon fietsen dat hij er nog altijd spijt van heeft dat hij zich destijds door Cees Pellenaars in de knechtenrol liet drukken.
Leo van der Pluijm werd gevraagd naar zijn beroemde nederlaag in Bordeaux en Pieter de Jongh vertelde de aardigste anecdote van allemaal. Hij fietste voor Magneet, maar bij de nationale Tourploeg werden de mecaniciens betaald door concurrent Locomotief.
"Wat ik zeg valt niet te bewijzen." Rijdend in de kopgroep brak op weg naar Marseille ooit zijn crank (trapper) af en moest hij letterlijk op een been verder. "Het maffe was dat mijn linkerbeen gewoon op en neer bleef gaan in het luchtledige."
Met de kapotte trapper in zijn achterzak bereikte hij minuten na de kopgroep de volgepakte wielerbaan van Marseille. De staande ovatie die toen over hem heen kwam, is nog altijd een van de hoogtepunten uit zijn carrière.
Prachtige verhalen, maar in het geroezemoes gingen ze grotendeels verloren in desinteresse.
Even dreigde hetzelfde te gebeuren toen de kampen Clement en Moerenhout aan tafel waren komen zitten. Een nutteloos lang en nietszeggend filmpje deed het gehoor bijna weer afhaken.
Interviewer Johan van der Made greep gelukkig in en vervolgens kreeg het Madese publiek een van de leukste uurtjes uit de geschiedenis van de wielercafés voorgeschoteld. Moerenhout en Clement noemen zich gekscherend wel eens de West-Brabantse kabel binnen de Rabobankploeg en zaterdagavond bleek hoe hecht de twee samen werken en denken.
"Heel veel renners binnen de ploeg zijn ook je concurrenten. Dat heb ik met Koos niet. Voor Koos hoef ik niet bang te zijn als ik iets met hem deel. Als hij mij door mijn tips klopt in de tijdrit, weet ik dat hij over een tijdje toch stopt met koersen", zei Clement met een lach. "Ik kan leren van de fouten van Koos, hij kan alleen leren van de dingen die ik goed doe", voegde hij er aan toe.
Een van die dingen is uitgaan van jezelf. "Je bent op jezelf aangewezen", doceerde Clement. 'Jezelf' als de basis van alles.
"Ik ben misschien iets te gastvrij", antwoordde Moerenhout op de vraag waarom hij zo vaak bezoek krijgt van de 'out-of-competition'-dopingcontroleur.
Stef Clement kreeg thuis in Zevenbergschen Hoek zelfs nog vaker bezoek. Hij denkt inmiddels ook te weten waarom. De vrouw die regelmatig aanbelde, woonde in Breda en om haar quotum te halen voerde ze volgens Clement daarom dicht bij huis maar extra controles uit bij hem en Moerenhout. "Sinds juni vallen wij onder een Duitser en ben ik pas twee keer gecontroleerd. Daarvoor een keer of twaalf."
Het waren dit soort inkijkjes in het leven van Moerenhout en Clement die de avond leuk maakten. Met dank aan interviewer Johan van der Made die bewust niet op zoek ging naar wielerfeitjes, maar naar de gewone menselijke kanten van hun leven. Daarbij deden de beide echtgenotes Edith en Cindy eveneens een aardige duit in het zakje. Columniste Edith liet weten dat haar Koos een aardig boterhammetje kan smeren, maar dat zijn 'kookkunsten' daarmee ver ophouden.
Cindy vertelde met veel gevoel voor humor over de telefoontjes tijdens de Tour. "Wat moet je op den duur zeggen? Zijn dag is al uitgebreid op de televisie te zien geweest en die van mij is niet zo spannend. Heeft hij net alles verteld over wat hij die dag aan spannendst heeft meegemaakt, moet ik zeggen dat ik naar de Albert Heijn geweest ben."
De twee vrouwen kennen hun rol in het geheel en hebben leren leven met het egoïsme en de uithuizigheid van een wielrenner. "Je wordt verwacht tien maanden beschikbaar te zijn voor de ploeg. In die tijd heb je niets anders te doen. Je vrouw ook niet. Je bent dan ook samen wielrenner", weet Clement.
"Eigenlijk komt De Efteling nooit uit in de zomermaanden", beseft vader Koos Moerenhout. "Als je even verslapt, word je er keihard op afgerekend."
Cindy herkent dat helemaal. "Hij komt terug van de training, stapt onder de douche, gaat met zijn benen omhoog op de bank liggen en zegt: schat schenk even een colaatje in."
Dré Klep, de schoonvader van Koos Moerenhout en veteranentopper, weet er op zijn oude fanatieke dag ook nog altijd over mee te praten. "Een wielrenner moet niet op zijn benen staan of lopen. Ik zou het liefst nog met de fiets naar de wc gaan."
Elly, de moeder van Clement, is wat minder van de wielergekte. Ze kan de spanning van een liveuitzending amper aan. "Ik kijk wel naar de herhaling."
"Het klikt tussen ons", zegt Moerenhout over zijn band met Clement. Hij is geen geboren West- Brabander. "Zo voel ik me inmiddels wel."
Vanaf vandaag trekken de twee weer samen op in training en koers. En zijn ze op de eerste plaats ook weer wielrenners.
"Hoe is het met je voetblessure?", vroeg iemand uit de zaal aan Clement. "Er wordt nog steeds hard aan gewerkt. De voet is een complexer gewricht dan je zou denken, maar ik ga er van uit dat ik maandag gewoon weer kan beginnen met trainen", was het antwoord.
Over het einde van de carrière van Moerenhout werd weinig gesproken. En weer was het analist Clement die daar een treffend verhaal bij had. "Ik had gehoord dat Koos als amateur een goede tijdrijder was. Ik had niet meer verwacht dat hij zich daar bij de profs weer zo op kon richten. Het tekent de beleving van Koos. Hij gaat op zijn 34e nog iets doen wat het meeste pijn doet: tijdrijden. Voor mij is dat het beste teken dat hij nog lang niet denkt aan stoppen."























