Enkele dagen voor de wedstrijd, thuis in Leiderdorp zegt een snipverkouden Tim Schumacher: "Ik begin nu toch wel zenuwachtig te worden." Of hij heeft gedacht over afzeggen vanwege zijn verkoudheid? "Nooit. Zo'n kans krijg je maar één keer. Verkouden of niet, tachtig minuten raggen kan ik altijd."
Tim Schumacher staat vandaag in Aldershot als debutant op het veld met de Barbarians. Hij neemt het op tegen het rugbyteam van de Britse strijdkrachten. Het is een van de traditionele wedstrijden die de 'Baa-Baas', zeg maar het elitecorps van het internationale rugby, ieder jaar spelen.
Je kunt geen lid worden van de Barbarians, je wordt ervoor uitgenodigd. Schumacher is de derde Nederlander die het roemruchte zwartwitte shirt mag dragen, na Yves Kummer en George de Vries. Hij speelt onder meer met zes Engelse en één Canadese international. "Die uitnodiging, ik kreeg er kippenvel van."
Enkele dagen eerder had de specialist tegen hem gezegd dat hij maar beter met rugby kon stoppen. De linkerschouder is door het vele sloopwerk in scrums, rucks en mauls versleten. "Hij vroeg of ik geen nieuwe hobby kon nemen, schaken of zo."
. Voor de Barbarians zet Schumacher ("Rugby hoort bij mijn leven") nog even alles opzij. "Jammer voor mijn schouder. Die zal het nog even vol moeten houden", aldus de 43-voudige international.
Pas dit voorjaar speelde hij zijn laatste interland. Bondscoach Hugues Dispas vond dat hij voor een wedstrijd tegen Zweden enkele 'old school' voorwaartsen nodig had om de fysieke strijd te winnen. "Spelers die dus gewoon werken. Lekker de strijd aangaan, het donkey work (het dommekrachtwerk, red.) doen."
Dus verruilde Schumacher de blazer die hij als manager van het Nederlandse team draagt voor het oranje wedstrijdshirt. Nederland won, mede dankzij het beulswerk van Schumacher.
Toen de invitatie voor de Barbarians binnenkwam, had Schumacher net besloten het bij zijn club Diok iets rustiger aan te gaan doen. "Maar ik heb de afgelopen weken weer in het eerste gestaan. Veel in het krachthonk gezeten." Lachend: "Het gaat goed. Ik heb een wonderbaarlijk lichaam."
Bij zijn werkgever Rheinmetal - waar hij als projectleider werkt aan een nieuw pantservoertuig voor het Nederlandse en Duitse leger - houden ze rekening met zijn rugbyactiviteiten. Op maandag worden de vergaderingen gehouden in het kantoor van Schumacher. "Soms kan ik niet meer op of neer." De in Assen geboren, op de Veluwe en in Arnhem getogen Schumacher ("mijn vader was beroepsmilitair, vandaar") speelt pas rugby sinds zijn 21e. Daarvoor hadden zijn ouders hem op judo gedaan, had hij geroeid, volleybal en american football gespeeld. "Dat laatste vond ik leuk, tot het moment dat ik een eigen uitrusting moest kopen. Voor een HTS-studentje als ik veel te duur."
In Arnhem vond hij daarop rugbyclub The Pigs. Hij trainde een keer mee en mocht het weekend erop al in de competitie meedoen. "Na de bespreking in de kleedkamer was ik de enige met een vraag: 'Wat moet ik doen'?" Uit de ruwe diamant werd in de jaren een gedegen tweederijer gekneed, die slechts één devies kent als het om rugby gaat: 'Tachtig minuten oorlog, daarna lachen in de kantine, liedjes zingen, biertjes drinken, gezellig.'
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.



zie ook: 




















