Manon Flier (l) en Caroline Wensink blokkeren een smash van de Kroatische Jogunica Senna Usiae (12). foto Grzegorz Michalowski/EPA
Een besloten laatste training gisterochtend moest de ploeg op scherp zetten voor de opening die in het verleden, ook tegen mindere tegenstanders, nog weleens een gevecht was dat niet altijd goed afliep. Twee jaar geleden in België tegen het gastland liep het met een uiterste krachtsinspanning goed af, weer twee jaar eerder schutterde Oranje nog tegen Bulgarije.
Gezien de oprolpartij van gisteren zit er progressie in. Debby Stam: "Misschien kun je stellen dat we er nu beter, volwassener mee om gaan. Maar we blijven ons focussen op de eerstvolgende tegenstander. In een toernooiopzet als deze kun je je geen misstap veroorloven." Daar had ze een punt want hoewel drie teams doorgaan naar de tweede ronde, nemen ze de onderlinge resultaten mee. Een onnodige nederlaag kan dan extreem dure gevolgen hebben, weet Oranje nog van twee jaar geleden toen het Servië liet ontsnappen en naast de laatste vier greep, met grote gevolgen voor de olympische kwalificatie.
Van een mogelijke nederlaag was gisteravond tegen Kroatië geen moment sprake. Die ploeg stond de eerste set als een beginneling te schutteren, daarbij gewillig een handje geholpen door Oranje dat verdedigend en met name serverend de druk er meteen opzette. Zo hadden met name Ingrid Visser en Kim Staelens lange serveerbeurten. "Daardoor hebben we ze geen kans gegeven. We stonden gewoon heel geconcentreerd te spelen, allemaal", benadrukte Stam.
Toen Kroatië de tweede set even dreigde aan te haken, haalde invalster Maret Grothues vanaf de serveerlijn definitief de angel eruit bij de Balkanbewoners. Ze serveerde in een ruk naar 23-15. "Dat ging wel goed, ja. Maar ik moet ook zeggen dat het wel lekker invallen is in een ploeg die al lekker draait."























