Teun de Nooijer (m) geeft een voorzet waaruit Ronald Brouwer de stand op 9-0 zal brengen. foto Koen Suyk/ANP
HOCKEY - Na 32 minuten spelen tegen Polen stond Teun de Nooijer
zaterdagmiddag aan de grond genageld. Hij had net een goede kans op 3-0
gemist. "Ik dacht eigenlijk al dat ie zou zitten." Niet dat De
Nooijer zich zorgen maakte over het verdere verloop van de wedstrijd.
Nederland overklaste de Polen en het werd uiteindelijk een bijna genante
9-0-overwinning. Maar voor De Nooijer was deze middag een bijzondere.
Hij passeerde met zijn 402e interland Jeroen Delmee als recordinternational.
En met één doelpunt kon hij ook nog de magische grens van 200 interlandgoals
bereiken. Voor een spits die geen strafcorners neemt, is dat een
indrukwekkende prestatie. Na afloop kon De Nooijer er wel om lachen dat die
eerste bal er niet in wilde. "Taeke was zo aardig mij die bal te
gunnen, want anders had het zijn eerste veldgoal kunnen zijn. Ik dacht, ik
tik hem bij de tweede paal binnen, maar de keeper had in één keer de korte
hoek dicht."
Vijf minuten na rust kreeg hij opnieuw de kans
en die pushte hij zo hard als hij kon binnen. Terwijl zijn medespelers hem
besprongen, duurde het opvallend lang voordat op het gezicht van De Nooijer
een glimlach doorbrak. "Het was toch wel een bevrijding en volgens mij
hield ik mijn armen ook wel wat langer in de lucht dan normaal."
Later die dag zou De Nooijer nog een mijlpaal bereiken. Hockeyjournalisten
Philip Kooke en Rim Voorhaar presenteerden na de wedstrijd hun boek 'De
beste Nederlandse hockeyers aller tijden'. Terwijl de meningen over de
andere namen in de top drie bij de mannen verdeeld waren geweest, stond de
nummer-één-positie van De Nooijer voor de vijftig deskundigen die Kooke en
Voorhaar raadpleegden, niet ter discussie.
'Wat Teun kan, konden
mensen in mijn generatie niet', hadden ze hen toevertrouwd. 'Hij is echt
uniek'. De Nooijer hoorde het aan en schudde zijn hoofd in een sierlijk
gebaar van bescheidenheid.
De Nooijer, winnaar van twee gouden en
één zilveren olympische medaille, een wereldtitel en een Europese titel, zes
Champions Trophy's en acht landskampioenschappen én drie keer verkozen tot
beste speler ter wereld, is een levende en nog spelende hockeylegende. Een
vreemde gewaarwording. "Zeker toen ik op mijn negende bij Alkmaar
begon, was ik helemaal niet met dat soort dingen bezig. Ik vond hockey
gewoon hartstikke leuk. Ik wist ook niet van het Noord-Hollands
districtsteam af. Toen ik daar bij zat, werd ik geselecteerd voor het
Nederlands B-team. Ik had geen idee wat dat was." Nu is hij uitgeroepen
tot de grootste Nederlandse hockeyer aller tijden en vanavond speelt hij
tegen Spanje zijn 403de interland. Hoe je dat doet? "Ik heb er gewoon
weinig gemist."





















