Voormalig Rabo-renner Thomas Dekker geeft in het shirt van zijn nieuwe ploeg Silence gas tijdens de Zesdaagse van Rotterdam. foto Cor Vos/GPD
Dat is heel wat voor een coureur die in het verleden vaak als onaantastbaar overkwam. Maar dat zijn stap gewaardeerd wordt, doet Dekker (24) zichtbaar plezier.
"Ik had dit natuurlijk ook niet kunnen doen. Lekker veilig op trainingskamp, een beetje in de luwte trainen. Het is heel confronterend om dingen te doen waar je niet goed in bent."
Het geeft hem een menselijker gezicht. "Het getuigt van lef, hij durft zich - voor volle tribunes nota bene - bloot te geven", zegt organisator Frank Boelé. "Het getuigt ook van liefde voor de fiets"
Het is wennen. Dekker op de piste, Dekker in het rood-zwart van Silence-Lotto, sinds 1 januari zijn werkgever. Zijn huwelijk met de Rabo-ploeg liep vorige zomer met een keiharde klap op de klippen, maar het nieuwe tenue zit hem als gegoten.
"De sfeer bij Silence bevalt me goed, het heeft iets familie-achtigs. Heel anders dan bij Rabobank. Daar werd het op het einde wel erg zakelijk, was het helemaal omgeslagen."
Om weer ritme te krijgen - Dekker stond immers een half jaar stil - koos de coureur ervoor zijn trainingskampen in de zon af te wisselen met een week rondjes draaien op de piste.
Voorwaar geen werkvakantie. Dekker mist de stuurmanskunst van de specialisten. "Ik ben nooit een grote waaghals geweest, ik mis de behendigheid." Wedstrijdleider Patrick Sercu: "Van wat hij deze week leert, kan hij op de weg veel profijt hebben."
Af en toe mist Dekker een aflossing met koppelgenoot Jens Mouris. Die heeft al geleerd iets minder fanatiek af te lossen. Bij de eerste testen had de fragiele Dekker het gevoel dat zijn arm eraf gerukt werd.
Mouris: "Het gaat steeds beter, maar het blijft lastig. Na elke aflossing zit Dekker op een paar meter, die hij weer dicht moet rijden. Dat kost veel kracht." Zo nu en dan wordt een ronde op de specialisten verloren.
Danny Stam lachend: "Zo kunnen de mensen zien dat het niet zomaar wat is." Stam gaf Dekker wat tips. "Maar ja, je moet wel zelf trappen."
Het koppel Dekker-Mouris stevent op de laatste plaats in Rotterdam af. "Maar", zegt Dekker, "ik doe het niet om een uitslag neer te zetten. En, zoals je weet, hoef ik het ook niet voor het geld te doen. Ik kan hier wel wat van opsteken en mijn uren maken."
Alles met het doel straks weer mee te doen. De Waalse klassiekers vormen een speerpunt. Over de Tour de France praat hij nog niet. "Die heb ik de laatste jaren zo vaak gemist." Hij spreekt zijn ambities graag uit. Soms komt dat al te zelfverzekerd over, anderen noemen het arrogant. "Maar ik ben geen moeilijke jongen. Ik ben vooral duidelijk."
Ook nu. "Ik krijg een vrije rol bij Silence, mag doen wat ik wil." Hij begint het wegseizoen met de Ster van Bessèges en de Ruta del Sol. "In de Tirreno-Adriatico wil ik een goed klassement rijden, daar wil ik op niveau zijn. Als ik die ronde kan winnen, ben ik terug waar ik zijn wil."
Met Cadel Evans, beoogd kopman voor de Tour, heeft hij nog niet gesproken. Die zat ten tijde van het laatste trainingskamp in Australië. "Maar dat hoeft geen probleem te zijn. Mentsjov en ik liepen ook niet de deur bij elkaar plat. En de Rasmussen van 2007 had ik voor die Tour ook nauwelijks gezien." Hij lacht erbij.
Zoals Dekker deze dagen in Rotterdam toch al veel lacht. Al wordt hij vrijwel elke avond op achterstand gereden en doen de specialisten hem serieus pijn. Maar Dekker voelt zich – na een waardeloos half jaar vol frustraties en overleg met advocaten – weer wielrenner. "Echt een lekker gevoel."
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.


zie ook: 




















