Home / Sport / Sport Regionaal / Zuijkerbuijk mag weer beetje hopen

Zuijkerbuijk mag weer beetje hopen

Foto's
1
  • Afbeelding
    Beschrijving
    Nick Zuijkerbuijk is twee jaar geschorst voor cocaïnegebruik. Ten onrechte, zegt oud-atleet Klaas Faber.archieffoto BN DeStem

BILJARTEN - Hoewel de Oudenbossche driebander Nick Zuijkerbuijk onlangs door het CAS - het in Zwitserse Lausanne gevestigde hoogste sporttribunaal- tot twee jaar schorsing werd 'veroordeeld' vanwege cocaïnegebruik, zijn er mogelijkheden om onder de langdurige straf uit te komen.

Dat zegt Klaas Faber uit Beek-Ubbergen, in 1994 aan de Radboud Universiteit in Nijmegen gepromoveerd in de chemometrie (de toepassing van statistische methoden en technieken in de scheikunde, KP) en sinds jaren kenner en radicaal tegenstander van de huidige dopingwetgeving.



Faber denkt dat Zuijkerbuijk, die in april 2009 tijdens een wedstrijd van zijn team A 1 Biljarts positief werd getest op het gebruik van cocaïne, met een enkele gang naar de burgerrechter of het Europees Hof niet alleen de onredelijkheid van de zware straf met succes kan aanvechten, maar tevens duidelijk kan maken dat de internationale dopingwetgeving dringend een modern jasje verdient.



Faber, oud-atleet en ook betrokken bij de dopingzaak rond Simon Vroemen, zegt niet plaats te willen nemen op de stoel van de rechter, maar hij dicht Nick Zuijkerbuijk goede kansen toe indien die zijn schorsing juridisch aanvecht.



"Drie criteria zijn, volgens de Nederlandse Dopingautoriteit, bepalend voor het feit of een stof of methode op de dopinglijst verschijnt", zegt Faber. Dat zijn: mogelijk prestatiebevorderend, mogelijk schadelijk voor de gezondheid en in strijd met de 'Spirit of Sport', zogenaamde fairplay. Als een stof of methode aan twee van die criteria voldoet, verschijnt de stof dan wel de methode op de lijst.



"Het gebruik van cocaïne heeft", bevestigt ook sportarts en dopingdeskundige Harm Kuipers, echter geen prestatiebevorderende, maar eerder een negatieve invloed op de prestatie. "Om een sporter dan te verwijten dat hij met onsportieve middelen zijn prestatie wil verbeteren, is misplaatst", vindt Faber.



Verder is hij van mening dat de dopingvorsers volkomen voorbij zijn gegaan aan het feit dat de stoffen die onder de noemer narcotica vallen slechts dán van invloed zijn op de prestatie indien deze net voor een wedstrijd worden ingenomen. Als deze middelen geruime tijd voor de wedstrijd worden gebruikt, heeft een sporter er tijdens de wedstrijd geen voordeel van.



De stoffen kunnen echter dagen, sommige zelfs maanden na gebruik nog worden aangetroffen in het lichaam, met als gevolg positieve dopingtesten. "Dit op de automatische piloot trekken van conclusies tart elke verbeelding", zegt Faber. "Het laat geen ruimte voor een stukje privé. Terwijl met enkele simpele testen gemakkelijk te bepalen is, wannéér de sporter bijvoorbeeld cocaïne heeft gebruikt."



Faber komt in zijn betoog voor een betere (internationale) dopingwetgeving niet alleen met kritiek, maar ook met aanbevelingen.



Hij zegt voorstander te zijn van drempelwaarden. "Voor sommige producten zijn drempelwaarden vastgesteld. Voor alcoholgebruik bijvoorbeeld. Overschrijd je die, dan ga je in sommige sporten nat. Voor partydrugs als cocaïne en canabis zijn echter geen drempelwaarden vastgesteld waardoor een miniscule aanwezigheid in het lichaam maanden na gebruik nog tot een schorsing kan leiden. Dat klopt niet." Faber noemt de materie complex om vervolgens het ontbreken van de wil in alle rangen en standen van de sportrechtspraak te hekelen. "Blijkbaar zijn er te veel belangen die de wil om te morderniseren blokkeren. We moeten onzorgvuldigheid en onrecht in de sportrechtspraak echter aan de kaak blijven stellen. Zoals in het geval Nick Zuijkerbuijk."

 Populaire artikelen op Blendle