Antoon Koevoets (links) en de onlangs overleden Ben Donkers met hun dikke boek over Stampersgat
Volledig scherm
Antoon Koevoets (links) en de onlangs overleden Ben Donkers met hun dikke boek over Stampersgat © foto peter van trijen/pix4profs

Levensverhalen uit Stampersgat in 800 pagina's tellend boek

STAMPERSGAT - In zijn voorwoord vindt Ben Donkers het jammer dat er de laatste jaren zoveel bekende Stampersgattenaren naar de 'eeuwige jachtvelden' zijn vertrokken. ,,En nu is d'n Benno zelf ook die kant uit'', zegt Antoon Koevoets met een diepe zucht.

Jeugdvriend
Het is een week geleden dat Ben na afloop van de boekpresentatie onwel werd en nog diezelfde avond overleed. ,,Het is niet te bevatten en heel onwerkelijk dat mijn jeugdvriend en de man, waar ik afgelopen jaar meer tijd mee doorbracht dan m'n eigen vrouw, er niet meer is.''

Die tijd stopten beide zeventigers in het interviewen van vele markante inwoners uit het suikerdorp en uitschrijven ervan. Het resultaat is een bijna 800 pagina's tellend boek vol levensverhalen van dorpsgenoten van Koevoets.

Geboortedorp
Donkers woonde langer in Roosendaal dan in Stampersgat, maar wist dat er een karrenvracht aan hilarische, maar ook serieuze voorvallen te halen viel in zijn geboortedorp. ,,We dachten aan zo'n 250 pagina's. Het is net even dikker geworden en eigenlijk keken we samen al vooruit naar deel twee'', zegt Koevoets, die nu een pas de op de plaats maakt.

,,Voor het eerst schreven we samen. Dat was even wennen aan elkaars schrijfstijl, maar uiteindelijk vulden we mekaar goed aan. Voor mij lagen de verhalen op straat voor het oprapen, Ben hield de grote lijn in de gaten. En samen genoten we van de smeuïge vertelsels aan de keukentafels van de kleine vijftig geïnterviewde personen.''

Herinneringen
Spraakmakend is het 'levenswerk' van Donkers en Koevoets ook geworden. Vooral de schokkende herinneringen van dorpsbewoners aan de dominante, pedofiele directeur van de Aloysiusschool zullen volgens de schrijvers veel stof doen oplaaien. ,,In de jaren zestig toen het speelde, durfde niemand zijn mond hierover open te doen.

Bovendien werd de man in bescherming genomen door de pastoor, dus die beerput kwam nooit eerder open. Wij merkten wel dat veel mensen graag hun hart wilden luchten over een voor hen traumatische jeugdperiode.'' Koevoets zegt dat het niet de bedoeling is oude wonden open te rijten. ,,Het is misschien juist goed dat mensen nu lezen dat ze niet alleen slachtoffer waren van deze rare praktijken.''

Schoolhoofd
Graag had het tweetal ook Antoon van Aken gesproken, die als later schoolhoofd het vertrouwen herstelde en die ook op creatief vlak voor het dorp van grote betekenis is geweest. ,,Antoon moest vanwege gezondheidsreden afhaken. Jammer, want hij verdiende een speciaal plekje.'' Maar er bleven genoeg anekdotes over.

Van Johan Vermolen, kastelein van café Tramstation ging het naar het krasse baasje Jan Bus, naar de beste frietbakker in de regio Din de Blaaij, naar rasverteller Peter Frijters, Jan van Steen, Toon van Kaam alias d'n Brat en Lowieke Bovée, de gebroeders Theunisse, stuntvrouw Mien Bus, Kukelen Ko en Eddy Janssen, niet alleen uiterlijk markant.

Oorlogstijd
Koevoets: ,,De vroegste herinneringen in ons boek komen uit de oorlogstijd. De jongste generatie hebben we niet gesproken, maar wellicht vinden zij het vermakelijk hoe hun ouders of grootouders kattenkwaad uithaalden.'' In het voorwoord vraagt Donkers zich af of het vroeger beter was.

,,Beter misschien niet. Wel anders. Met een enkel tv-toestel in het dorp en zeker nog geen mobieltjes. Zonder kloppen kon je door de achterdeur bij iedereen naar binnen voor een bakske koffie. Die tijd komt nooit meer terug, op onze manier hebben we getracht nog iets blijvends van Ut Gat te maken.''

Het boek is vanaf 10 februari te koop via het mailadres van Antoon Koevoets: apm2001@ziggo.nl

Bij verhaal boek Donkers en Koevoets. De eerste (en laatste) ijshockeyclub van Stampersgat op de Tankval.
Volledig scherm
Bij verhaal boek Donkers en Koevoets. De eerste (en laatste) ijshockeyclub van Stampersgat op de Tankval. © Wim Van Den Broek