We zijn trots op ons landje apart. Het landje dat ontstond op 19 september 1814, toen het gebied bij de provincie Zeeland werd gevoegd.
Sinds 1917 hebben we zelfs een Zeeuws-Vlaams volkslied. Van d'Ee tot Hontenisse, van Hulst tot aan Cadzand. Dat is ons eigen landje, maar deel van Nederland. Dat volkslied ontstond als reactie op Belgische annexatieplannen die tijdens de Eerste Wereldoorlog opkwamen.
Veel Belgen vonden dat Nederland zich door zijn neutraliteit tijdens de oorlog pro-Duits had gedragen. De Belgische regering wilde als compensatie voor de enorme schade en ellende die land en volk ondervonden Zeeuws-Vlaanderen vanwege de toegang tot Antwerpen.
Minder bekend is dat koning Leopold II van België (1835 – 1909) vergevorderde plannen had Nederland binnen te vallen en te annexeren. Er liepen in 1854 al spionnen rond in Nederland om een aanval voor te bereiden. Leopold had een oogje op Nederland vanwege de welvaart en het koloniale succes. De Franse vorst Napoleon III was uiteindelijk tegen, daarom zag Leopold er van af.
Als al die plannetjes waren gelukt, waren we geen reserve Belg maar Belg geweest. Of nog beter: Vlaming. En hadden we ons als ware nationalisten teweer gesteld tegen Wallonië. In naam van het Vlaams belang.
Hadden we geen slagbomen en botersmokkelaars gehad. Had Hulst zich niet moeten afficheren als de meest Vlaamse stad van Nederland en hadden het banktoerisme en de sexshops niet bestaan. Waren de winkels in Hulst en Sluis op zondag nooit open geweest en had Zeeuws- Vlaanderen nu niet geprofiteerd van het supermarkttoerisme. Waren er geen coffeeshops in Terneuzen geweest. Hadden we geen Zeeuws-Vlaams volkslied gehad, maar iets gezongen in de trant van Vlaanderen boven, waar men een peer nog kan stoven. Waar de mensen belangrijk zijn. En de pensen omvangrijk zijn.
Dan had Hulst bij de provincie Antwerpen, Terneuzen bij Oost- Vlaanderen en Sluis bij West- Vlaanderen behoord.
En hadden we over twee jaar niet gevierd dat Zeeuws-Vlaanderen 200 jaar bestaat.
En hadden we gezegd: natuurlijk moeten we die Hedwigepolder onder water zetten. Het is in ons belang dat steeds grotere schepen de haven van Antwerpen kunnen bereiken. Het gaat immers om onze boterham.
Als het net even anders was gegaan.




















