Veel overblijfselen van middeleeuws Hulst vallen amper op, zoals de runentekens op het refugium van Cambron in de Steenstraat. foto R. van den Elshout
De dikke laag polderklei herbergt restanten van vroegere bebouwing en bewoning, zoals het voormalige kerkdorp Casuwele en het gehucht Stappaert. Als de polder onder water wordt gezet, gaan die overblijfselen voorgoed verloren voor onderzoekers. En de archeologen kunnen het weten, want het naastgelegen Verdronken Land van Saeftinghe is daar een mooi voorbeeld van. Daar zijn de bewoningssporen grotendeels gewist, of niet meer te onderzoeken door de drassige grond en de invloed van de getijden. Ontpoldering zou volgens Rottier het definitieve einde inluiden voor mogelijk onderzoek naar het cultuurhistorische erfgoed in de ondergrond van de Hedwigepolder. Het zou ook indruisen tegen de bepalingen van het Europese Verdrag van Malta uit 1992, dat ook in Nederland sinds 2007 wetskracht heeft. Uitgangspunt van dit verdrag is bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. Waarmee de tegenstanders van ontpolderen weer extra munitie hebben voor hun strijd. De Kort: "Ik weet niet of het bij de beleidsbeslissingen wat had uitgemaakt, als bekend was geweest dat er archeologische overblijfselen aanwezig zijn. Er zijn in ieder geval plannen om boringen te verrichten in het gebied om de exacte locatie van Casuwele te bepalen."
Dat er van alles in de grond zit is overigens geen echt geheim. Rottier kreeg zelf een jaartje of dertig geleden de kans om een rondvlucht over de polder te maken vanaf het toenmalige vliegveld in Hulst en maakte toen al foto's waarop de restanten van oude bebouwing te zien zijn.
In zijn bijdrage aan het Jaarboek zet René Rottier de geschiedenis van de Hedwigepolder en Saeftinghe op een rijtje.
"Het is wel heel actueel, maar wij willen als oudheidkundige kring zeker geen politiek bedrijven", zeggen Jan de Kort en Willy Verschraegen van de redactiecommissie. "We doen wel aan bezinning en vragen wel aandacht voor ons cultuurhistorisch erfgoed."
Dat erfgoed is, sinds er bij de werkzaamheden aan de Bierkaai in Hulst van alles is gevonden, aardig in de belangstelling gekomen. Maar er is in Hulst natuurlijk nog veel meer te zien uit het roerige verleden. Aan de hand van oude kaarten en plattegronden beschrijft Paul Stockman in het Jaarboek de ontwikkeling van middeleeuws Hulst naar de huidige stad. Met zijn bijdrage in de hand wordt een stadswandeling door Hulst een tocht vol verrassingen. Andere artikelen zijn van Nathalie Martens over de religieuze verhoudingen in Hulst rond 1750, van Marc Buise over de geschiedenis van de jacht in Saeftinghe en van Heleen van der Weel over de twee laatste klokkenisten voor de grote torenbrand in 1876. Daarna zou er tot 1958 geen beiaard meer klinken in Hulst.
Het Jaarboek 2011 wordt zaterdagmiddag 26 november gepresenteerd in de Lieve in Hulst. Alle vijf de auteurs geven daar een toelichting op hun bijdrage.
De oudheidkundige kring heeft nu zo'n 650 abonnees. De Kort: "Maar dat aantal willen we graag uitbreiden. Dat is noodzakelijk om de jaarlijkse uitgave van het boek mogelijk te blijven maken voor een acceptabele prijs."


Sorteer reacties

















