De partijen die buiten de coalitie werden gelaten, met name Nieuw Gemeentebelang en Lijst Babijn, toonden zich uiterst kritisch over de totstandkoming en (een deel van) de inhoud van coalitie en programma. "Dit college is tot stand gekomen op basis van persoonlijke argumenten in plaats van inhoud", vond Adri Rosendaal van Nieuw Gemeentebelang. Hij suggereerde dat andere partijen al vanaf het begin niet met zijn partij in één coalitie wilden en stelde dat er met PvdA en D&T grote verliezers in de nieuwe coalitie zitten. "Daarmee schoffeer je de kiezer."
Het bracht PvdA'er Robert Evers ertoe Rosendaal te vragen naar de omvang van het verlies aan voorkeurstemmen dat Rosendaal afgelopen verkiezingen leed in vergelijking met 2006. En Liber Baarends (D&T) kon het niet nalaten Rosendaal het verwijt te maken 'boter op het hoofd te hebben', omdat D&T vier jaar geleden als één van de grotere partijen óók werd buitengesloten door andere partijen, waaronder die van Rosendaal.
François Babijn van Lijst Babijn wees erop dat zijn partij om oneigenlijke redenen buiten het college is gehouden. "Waterdunen wordt een breekpunt genoemd. Maar als we hadden afgesproken dat iedereen vrijgelaten wordt daarover een eigen mening te hebben, hadden wij best in de coalitie gepast." De derde oppositiepartij, Helder Zeeuws, geeft de coalitie 'het voordeel van de twijfel'. Deze partij stemde dan ook voor de benoeming van de wethouders Peter Ploegaert, Conny Almekinders en Jan Schaalje. Lijst Babijn was tegen, de leden van Nieuw Gemeentebelang stemden blanco.




















