Wiersma doelde op gebiedsgerichte projecten als Perkpolder en Waterdunen, waar de ontwikkeling van getijdenatuur als een impuls voor recreatie, economie en veiligheid kan worden benut.
Een meerderheid wilde de mogelijkheid in elk geval aan de Westerschelde uitgesloten zien. In een door de VVD, PvZ, SGP, CDA, CU, SP en SZ gesteunde motie vroegen de Staten de Tweede Kamer vast te leggen dat een nadere inspanning voor natuurherstel in de Westerschelde, waarover in rapporten van natuurwetenschappers een oppervlakte van 3000 ha wordt genoemd, definitief van de baan is.
PvdA-fractievoorzitter Peter Holtring - zijn fractie stemde samen met GL tegen - vond de motie niet erg verstandig, omdat maatregelen die voortvloeien uit de aanbevelingen van de commissie-Veerman kunnen betekenen dat er wel degelijk meer zal moeten worden ontpolderd in het Westerscheldegebied.
De Statenvergadering had enigszins het karakter van een bijeenkomst waarop betrokkenen bij een groot onheil hun traumatische ervaringen met elkaar te delen. Traumatisch was het kabinetsbesluit zeker, vooral voor de PvZ en de VVD die samen zeven moties indienden: de eerste drie de tweede vier. De SGP voegde er één aan toe.
De behoefte aan praten was groot. Zo stoorde het Johan Robesin (PvZ) en Kees Bierens (VVD) dat Gedeputeerde Staten snel met alle voor- en tegenstanders van ontpoldering aan tafel willen gaan zitten. ,,Dat geeft geen pas'', meende Robesin. Bij Bierens leefden reserves om met de natuurorganisaties te gaan praten omdat die 'wurggrepen hebben toegepast die een andere benadering en opstelling van de provincie rechtvaardigen'.
GL, CU en PvdA complimenteerden het dagelijks provinciebestuur daarentegen met hun oproep aan voor- en tegenstanders van ontpoldering zich met elkaar te verzoenen. GL-woordvoerder Gabriëlle van Dintheren riep GS op ervoor te zorgen dat de Hedwigepolder op zo'n manier wordt ingericht dat iedereen over tien jaar de ontpoldering nog niet zo'n gekke oplossing vindt.
De meerderheid - PvdA en GL stemden ook nu tegen - drongen er bij de Tweede Kamer en de regering op aan de natuurwaarden in de Westerschelde zodanig vast te stellen dat alternatieven voor ontpoldering positiever kunnen worden bejegend.




















