Sandra Dobbelaar van de Stichting Landschapsbeheer Zeeland. De stichting koos het Sasse kerkhof uit voor een grondige restauratie. foto Wim Kooyman
De begraafplaats in Sas van Gent. Dit grafmonument is hard toe aan een opknapbeurt. foto Wim Kooyman
SAS VAN GENT - Wat weg is, krijg je nooit meer terug. Vaak zonder dat ze het weten, helpen mensen stukjes historisch erfgoed om zeep.
Zoals unieke grafstenen of nog erger, complete begraafplaatsen. Dat is toch
doodzonde?
De Stichting Landschapsbeheer Zeeland probeert dat
zoveel mogelijk te voorkomen. Na een inventarisatie van alle Zeeuwse
begraafplaatsen koos de stichting de begraafplaatsen in Brijdorpe,
Looperskapelle (beiden Schouwen-Duiveland), Vrouwenpolder (Walcheren),
Schakerloo (Tholen) en Sas van Gent uit voor een grondige restauratie. Op
het in 1976 gesloten kerkhof aan de Paul Krugersdreef in Sas was al een
groep parochianen vrijwillig bezig met hoofdzakelijk onderhoud van groen.
De Stichting Landschapsbeheer haakte eind vorig jaar aan, omdat het Sasse
kerkhof als 'bijzonder waardevol' werd aangemerkt. Bijzonder omdat het in de
contouren van de voormalige vesting ligt én omdat er een hoog 'groen en
grijs-gehalte' is. Uniek ook omdat er zowel op het katholieke als het
algemene deel maar heel weinig graven zijn geruimd. "Dit is een
prachtig stukje funerair erfgoed, ook omdat er zoveel diversiteit aan stenen
is te zien. De hedendaagse begraafplaatsen zijn heel monotoon, terwijl er
vroeger veel meer aandacht was voor pracht en praal. De grootste praalgraven
zijn uiteraard van de belangrijkste mensen, zoals de burgemeesters en de
dokters. Maar het gaat ons veel meer om de graven van de wat minder
welgestelde mensen. Die zijn vaak van mindere kwaliteit en gaan door
bijvoorbeeld betonrot veel eerder verloren", vertelt Sandra Dobbelaar
van de Stichting Landschapsbeheer Zeeland.
Een rondje op de
wekelijkse klusochtend van de vrijwilligers leert dat er nog een boel werk
is te verzetten. Dat is mede dankzij vandalen, die het drie zomers geleden
op een aantal grafstenen, Christusbeeldjes en giet- en smeedijzeren kruizen
hadden gemunt. De tand des tijds is echter de grootste boosdoener.
Funderingen zijn door betonrot weggezakt, waardoor sommige graven zelfs
gedeeltelijk open liggen.
Neem het graf van mevrouw
Hoefnagels-Pontenagel (1860-1925). "Ja, mevrouw Hoefnagels ziet er maar
slecht uit", zegt Dobbelaar met een knipoog. "Dit graf is zo
verweerd, dat het de vraag is of we dit nog wel kunnen herstellen."
Vrijwilligster Riet de Theije ontdoet iets verderop een graf van mos. De
naam van de overledene is op de steen niet meer te lezen. "Wie ik hier
blij mee maak? Ik zou het niet weten. Misschien mijzelf nog het meest. Ik
ben nog maar net vrijwilligster, maar ervaar het al sinds de eerste dag als
heel dankbaar werk", zegt ze. Even later buigt ze zich over een
fotootje van Alfons van Damme, dat ze thuis weer tot een geheel heeft
gelijmd. Alfons prijkt dus vanaf nu dankzij Riet weer naast zijn vrouw. "
We zijn bewust op het oudste deel van de begraafplaats begonnen", zegt
Dobbelaar. "Voor elke restauratie is toestemming nodig van familie van
de overledene. Maar de oudste graven dateren uit eind negentiende eeuw. Veel
familie van die mensen is er niet meer, dus hebben wij de vrije hand om deze
graven op te knappen."
Hoe lang het project duurt, is
afhankelijk van subsidiestromen. De gemeente Terneuzen neemt een opknapbeurt
van het baarhuisje voor haar rekening. Dobbelaar: "Er liggen in Zeeland
zoveel gesloten begraafplaatsen te verpieteren. Daarmee kunnen echt
waardevolle dingen verloren gaan. Ik geef maar een voorbeeld, waar we wél
weet van hebben: in Zeeland zijn er nog maar drie 'graftrommels' te vinden.
Een op een begraafplaats in Hoek en twee in Zonnemaire. Dat is een soort
trommel, waarin een gedenkplaatje is aangebracht. Als je niet weet dat
zoiets uniek is, zou het bij een ruiming opeens zomaar verloren kunnen gaan.
Wij streven ernaar om dit soort dingen te behouden."






Sorteer reacties

















