Het ligt voor de hand dat voor de toegankelijkheid van de Westerschelde een vergelijkbare invulling wordt gekozen. Nu bestaan - afgezien van de natuurgebieden als de Hooge Platen en diverse schorren - nauwelijks spelregels.
Marion Pross van de provincie (afdeling water en natuur) meldt dat al met belangengroepen gesprekken zijn gevoerd over het plan. Ze verwacht dat het adviesbureau nog dit jaar een rapport presenteert. Het is dan aan de provincie een voorstel voor de toegankelijkheidsregeling te maken. Volgens Pross is de aanleiding voor het onderzoek in het bijzonder de toenemende recreatieve druk op de Westerschelde, die is aangewezen als (beschermd) natuurmonument. Zo zijn er plannen voor uitbreiding (Breskens) en aanleg van nieuwe jachthavens (Perkpolder). "Die extra recreatieve belasting kan gevolgen hebben."
In de toegankelijkheidsregeling voor de Oosterschelde staat het tegengaan van verstoring centraal. De zeearm kent belangrijke natuurwaarden, onder meer als voedsel- en rustgebied voor vogels en vanwege de aanwezigheid van zeehonden. Voor de Westerschelde gelden dezelfde waarden.
In de regeling voor de Oosterschelde zijn spelregels opgenomen voor het spitten van pieren, het snijden van zeegroenten (zoals zeekraal en lamsoor) en de betreding van buitendijkse schorren, slikken en platen. Delen ervan zijn niet toegankelijk. Bepaalde slikken en platen mogen wel tijdens hoogwater bevaren worden. Ankeren is dan ook toegestaan.
Pross gaat ervan uit dat ook het gebruik van de onderhoudswegen aan de buitenkant van de zeeweringen in het onderzoek wordt betrokken. Dat ligt gevoelig vanwege hoogwatervluchtplaatsen voor vogels of een broedgebied.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.




















