Het windmolenpark in de Koegorspolder behoort met 22 molens tot de grootste van de provincie Zeeland. foto Peter Nicolai
MIDDELBURG - Jarenlang zat er geen schot in het oprichten van windmolens. De laatste tijd zit de vaart erin. Zeeland voldoet in 2010 royaal aan de afspraak met het Rijk dat er voor een vermogen van tenminste 205 megawatt aan windstroom opgesteld moet staan.
Zie ook:
Er is nu ruim 215 megawatt aanwezig (205 turbines) en in de pijplijn zitten
vier plannen die goed zijn voor circa 50 megawatt. Het vermogen aan
windenergie in Zeeland is ruim voldoende om alle huishoudens in de provincie
van stroom te voorzien.
Gedeputeerde Marten Wiersma (GroenLinks,
economie en milieu) stelt het met genoegen vast. ,,Voordat we zover zijn dat
we ook het industriële verbruik uit windopbrengst kunnen dekken, zijn we nog
wel even verder'', voegt hij er nuchter aan toe. Zover zal het wel nooit
komen, maar dat Zeeland goed op weg is met het opwekken van duurzame
energie, is voor hem een feit.
"We voldoen, samen met vier
andere provincies aan onze landelijke verplichting'', zegt Wiersma. ,,Dat is
wel een belangrijk gegeven met het oog op de landelijke discussie over meer
windenergie. Er leven nogal grote plannen bij de minister.''
De
gedeputeerde vindt dat er op land nog wel mogelijkheden zijn om het
opgestelde vermogen uit te breiden, zonder het provinciale beleid om
windmolens zoveel mogelijk te concentreren in drie gebieden (Neeltje Jans,
Sloegebied en Kreekraksluizen) geweld aan te doen. ,,Dat is vooral een
kwestie van opschaling van bestaande molens.''
Op Neeltje Jans (nu
60 megawatt), in het Sloegebied (nu 60 megawatt) en bij de Kreekraksluizen
(nu 75 megawatt) is nog ruimte om bijna 200 megawatt neer te zetten. Daarmee
kan Zeeland in 2020 op land tussen 400 en 500 megawatt bereiken. Het zorgt
voor een zeer aanzienlijke vermindering van de uitstoot aan broeikasgassen
(met name kooldioxide).
,,Het kan binnen bestaand beleid en zonder
maatschappelijke weerstand. Daarmee hebben we een mooi verhaal voor de
minister'', aldus de gedeputeerde. ,,We verdubbelen de afgesproken
capaciteit. Als de rest van het land dat ook doet, mag de minister in haar
handen knijpen.''
Hij tekent aan dat Zeeland overigens niet
verplicht op wil draaien voor het tekortschieten van andere provincies.
,,Dat is niet onze schuld en daarvoor moet de minister ons niet aan de lat
zetten.''
Is Wiersma verbaasd over de versnelling die optreedt?
,,Wat ik niet verwacht was dat de techniek zó snel zou gaan. De geboorte van
windenergie begon met molens van 75 kilowattuur. Nu zijn er al molens van 3
megawatt en 5 megawatt zit eraan te komen. Het loont dan ook steeds meer de
moeite om meer dingen de lucht in te tillen.'' Hij merkt op dat de stijgende
olieprijzen voor windenergie gunstig zijn: die wordt daardoor in een snel
tempo kostendekkend. Het betekent dat er ook steeds minder subsidie bij
hoeft en dat ziet de gedeputeerde vooral als een prikkel om verder te gaan
met vernieuwingen in windenergie.
Minister Cramer van Milieu richt
de blik nadrukkelijk richting zee. De provincie heeft daar zelf niks over te
vertellen, maar wil wel meewerken, geeft Wiersma aan. Bijvoorbeeld door het
testen van molens (hoe gedragen ze zich op zee) mogelijk te maken. Volgens
hem is het Sloegebied een uitstekende testlocatie. ,,En we hebben hier ook
bedrijven die er verstand van hebben hoe je dingen op de zeebodem neerzet.''
De gedeputeerde beklemtoont dat bij aanleg van een windpark op zee nagegaan
moet worden of andere activiteiten kunnen meeliften. ,,Bijvoorbeeld of je er
mossels tussen kunt kweken en andere vormen van aquacultuur als wieren en
algen. Die kun je ook voor energieopwekking benutten. Je kunt ook denken aan
paaiplaatsen voor vis. Een windpark moet je combineren met andere
economische en ecologische nuttige dingen. Natuurlijk moet je aanleg van
zo'n park ook bekijken vanuit de recreatieve hoek.''
Windenergie
hoeft niet allemaal grootschalig te zijn, merkt Wiersma op. Hij wijst op de
proefopstelling van kleine windmolens (maximaal 15 meter hoog) bij
Schoondijke. Tot eind 2009 worden elf verschillende molentypes getest
(opbrengst, trillingen, geluid). Molens die geschikt zijn om op of bij huis
neer te zetten. In oktober zijn de resultaten van het eerste halfjaar
proefdraaien bekend.


Sorteer reacties

















