Jewan Breure, bestuurslid van het ZAJK. foto Willem Mieras ;Jos de Regt, oprichter van het ZAJK.foto Willem Mieras
Jewan Breure, bestuurslid van het ZAJK. foto Willem Mieras ;Jos de Regt, oprichter van het ZAJK.foto Willem Mieras
Het moest anders, het moest beter. Daarom kozen de jonge Zeeuwse boeren die dertig jaar geleden een eigen organisatie oprichtten, voor een afwijkende schrijfwijze van de naam van hun club. Zeeuws Agrarisch Jongeren Kontakt. Twee k's. Spelling als statement.
Inmiddels doet de nimmer tot de voorkeurspelling doorgedrongen schrijfwijze van het woord contact een tikje gedateerd en misschien zelfs een beetje oubollig aan. Toch kunnen Jos de Regt, oprichter van weleer, en huidig bestuurslid Jewan Breure zich niet voorstellen dat de naam van de jonge-boerenorganisatie ooit met het Groene Boekje in overeenstemming zal worden gebracht. "Dan zou je het niet meer hebben over het ZAJK, maar over het ZAJC. Nee, da's niks. Dat klinkt niet", vinden beiden beslist.
Het Zeeuws Agrarisch Jongeren Kontakt viert vandaag in Kamperland het dertigjarig bestaan. Met het symposium Wereldmarkt en Wereldprijzen en een feest. Doel: jonge agrarische ondernemers binden. Dat was het oogmerk bij de oprichting en dat geldt nog steeds. De Regt (57, akkerbouwer en terugtredend directeur van verwerker en verpakker van landbouwproducten Farm Pack in Kapelle): "We wilden een eigen, onafhankelijk geluid laten horen. De toenmalige Zuidelijke Landbouw Maatschappij en de coöperaties hadden weliswaar hun jongerenraden, maar die waren voornamelijk bedoeld om de jongeren in te kapselen. Als jongere wil je juist tegen bestaande structuren aanschoppen en een beetje vooruit lopen. Het grootste gevecht dat we in het begin moesten leveren, was te proberen een zelfstandige positie naast de ZLM te bevechten." Breure (26, akkerbouwer en loonwerker in Kats): "Dat schoppen is niet meer zo nodig. Er wordt naar ons geluisterd en we worden gewaardeerd. Omdat we veel met vernieuwing bezig zijn, kunnen we bijvoorbeeld altijd bij de provincie terecht."
Het ZAJK is ontstaan in een tijd dat 80 procent van de boerenbedrijven in Zeeland als druppels water op elkaar leek. Er werden aardappelen, suikerbieten, graan, vlas en graszaad geteeld en geen van de boeren wist precies waar die producten naartoe gingen. Jonge boeren vonden dat geen klimaat met mogelijkheden zich te ontplooien. Vandaar dat ze zich gingen afzetten tegen de landbouwinstituties die erop uit waren deze situatie zo lang mogelijk in stand te houden.
In de beginjaren was het ZAJK een club die nadrukkelijk actie voerde, al zal ook dat woord in de geest van de tijd met een k zijn geschreven. De jonge boeren manifesteerden zich met leuzen als Met dit beleid raken we elke dag tien boeren kwijt. De Regt: "Als ik eens goed in de schuur zoek, kom ik misschien nog wel zo'n bord tegen." In 1979 bestond het kweekbedrijf en zaadhandel Van der Have in Kapelle honderd jaar. Een feestelijkheid die extra luister kreeg door de aanwezigheid van prins Bernhard. Ietwat bezorgd zocht het bedrijf contact met het ZAJK. De jonge boeren gingen het feest toch niet verstoren? De Regt rook meteen een dealtje. "We vroegen: wat staat daar dan tegenover? Nou, het resultaat was dat we kort daarop met koningin Juliana mochten praten over de positie van jonge boeren. Ja, dat was wel een aardig succesje."
Vandaag de dag hoeft het ZAJK zich minder nadrukkelijk te presenteren. Breure: "We worden serieus genomen. Dat betekent niet dat we niet meer in actie hoeven te komen. Als het bijvoorbeeld gaat om ontpoldering laten we ons zeker horen."
Tot vijfendertig jaar geldt een agrarische ondernemer als een jonge boer. Daarna moet hij het ZAJK uit. Bestuursleden zijn in de regel jonger dan dertig. Dat betekent een snelle doorstroming. Het ZAJK is dan ook een kweekvijver voor bestuurlijk talent waarvan andere organisaties graag gebruik maken.
Belangenbehartiging en onderling contact staan centraal in de manier van werken van het ZAJK. Verder voert de club projecten uit om jonge boeren in staat te stellen hun bedrijf verder te ontwikkelen. Voorbeelden: het plan voor de bio-energiecentrale Groene Poort in Rilland, het op milieuvriendelijke manier geteelde Zeeuwse Vlegelmeel en het programma Middelen en Mineralen Meester om het milieu minder te belasten en kosten te besparen. Wat Breure betreft blijft de nadruk liggen op projecten die nauw aansluiten bij het directe landbouwbelang. "Maar in het bestuur bestaat ook de opvatting dat je veel breder kunt kijken. Dat is het aardige van het ZAJK: dat kan allemaal."
In de tegenwoordige manier van werken van het ZAJK mist De Regt meer projecten als de Zeeuwse Vlegel. "Het is belangrijk om rechtstreeks naar de consument te gaan. Kijk maar eens hoe goed de biologische boeren dat hebben georganiseerd. Dat gebeurt behalve met de Vlegel maar mondjesmaat. Op Schouwen-Duiveland is een spruitjesproject. En op Noord-Beveland zijn ze eens bezig gewesst met de teelt en de afzet van knoflook. Jammer, volgens mij is daar veel meer van te maken." Breure heeft zijn twijfels. "Natuurlijk moeten we op zoek naar de wensen van de consument, maar dat soort korte lijnen zijn niet altijd succesvol. En trouwens, als de tarweprijs stijgt, is alles weer anders."
























