Het Landbouw Economisch Instituut (LEI) beklemtoont in een onderzoek de vooraanstaande positie van de akkerbouwers in Zuidwest-Nederland op het vlak van de aardappelteelt. Opmerkelijk is dat de aardappelproductie in Nederland sinds het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw sterk is vergroot. Gemiddeld oogsten boeren inmiddels twintig procent meer.
Het LEI stelt in zijn rapport Landbouwgronden in Europa vast dat de Europese boeren in de toekomst steeds meer voedsel voor andere delen van de wereld gaan produceren. De betekenis van vruchtbare landbouwgronden zal in het wereldvoedselvraagstuk alleen maar belangrijker worden. Bij het voeden van de wereldbevolking komt het aan op vergroting van de productiviteit. Niet op verruiming van het landbouwareaal, want dat gaat veelal ten koste van het tropisch regenwoud.
Secretaris Bas Feijtel van de boerenorganisatie ZLTO zegt dat het LEI-rapport de opvatting van zijn club dat zuinig moet worden omgesprongen met landbouwgrond in Zeeland, onderstreept. "We hebben het niet alleen over de productiefste grond in Europa, maar ook over het gebied dat het beste poot- en zaaigoed oplevert. Dat is met het oog op de wereldvoedselvoorziening natuurlijk ook van het grootste belang. Je moet over uitgangsmateriaal van de hoogste kwaliteit kunnen beschikken."
Reden te meer volgens Feijtel om zeer terughoudend te zijn met het ontpolderen van goede landbouwgrond met natuuraanleg als doel. "Natuur kun je ergens anders maken. Goede landbouwgrond en gunstige klimatologische omstandigheden voor hoogwaardige teelten moet je koesteren." Feijtel verwacht dat intensieve en duurdere teelten, zoals aardappelen en uien, steeds meer op de Zeeuwse akkers zullen verschijnen. "Tarwe is gezien de huidige graanprijzen ook populair, maar tarwe telen kan iedereen."
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.




















