De onderzoeker bekeek welke eisen 'tweede woningzoekers' hebben en vergeleek die met de kenmerken van leegstaande huizen. Van Leeuwen concludeert dat in de regio vooral rijtjeswoningen en appartementen uit de jaren vijftig tot en met zeventig te koop staan. Een tweede woningbezitter wil juist een vrijstaand huis; dat het klein of oud is, maakt daarbij niet zo veel uit. Wel hechten 'tweede woningzoekers' steeds meer belang aan de kwaliteit van het huis. En leegstaande woningen zijn vaak niet de beste huizen van de streek, stelt Van Leeuwen. Een gevolg is zelfs dat sommige vrijkomende huizen die nu al als tweede woning worden gebruikt, door de markt als ongeschikt worden gezien.
Zeeuws-Vlaanderen, met name het westen, heeft volgens Van Leeuwen wel een belangrijke pré: de aanwezigheid van de kust. Al nuanceert de onderzoeker die stelling meteen door aan te geven dat veel 'tweede woningzoekers' het liefst een huis op loopafstand van de zee willen. En al geven ze aan liever niet op een vakantiepark te zitten: als blijkt dat ze daar wél vlakbij het strand een huis kunnen krijgen, kiezen potentiële kopers uiteindelijk vaak toch voor een woning op zo'n park.
Van Leeuwen, die overigens concludeert dat in Cadzand, Nieuwvliet, Retranchement en Hoofdplaat meer dan dertig procent van de totale huizenvoorraad gebruikt wordt als tweede woning, adviseert gemeenten om tweede woningbezit niet actief te stimuleren. Dat gaat in tegen het beleid van onder meer het Sluise gemeentebestuur.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.




















