Richard Lensen vond de bijl in nieuwbouwwijk Othene, maar de precieze locatie blijft geheim uit vrees voor schatgravers. foto Mark Neelemans
Richard (19) heeft dat. Anders ga je immers niet met een prehistorische bijl aan de haal. De archeologiestudent vond de bijl (voor een leek niet meer dan een gewone steen) in mei in de nieuwbouwwijk Othene in Terneuzen. Waar precies, zegt hij niet. Gemeentewoordvoerder Daniël Rouw wil niet meer kwijt dan dat het om Othene-Zuid gaat. "We zouden 'schatgravers' op een idee kunnen brengen. Met de projectontwikkelaar is afgesproken dat bij het bouwrijp maken archeologen meekijken."
Richard is vooral geďnteresseerd in middeleeuwse materialen. De vuursteen uit het Mesolithicum (tussen circa 8800 en 5000 voor Christus) ontdekte hij bij toeval. "Ik heb 'm voorgelegd aan vuursteenexperts op de Universiteit in Leiden. Zij zeiden dat het om een tranchetbijl gaat", vertelt Richard.
De vondst zegt volgens hem niet per definitie dat er in het Mesolithicum mensen in Othene woonden. "Vaak vind je dan juist veel resten van vuurstenen. De bewerkte spullen namen ze mee op hun zoektocht naar voedsel. Maar we stellen vast dat zich mensen in het gebied ophielden. Bij de aanleg van de Rondweg in Zaamslag (tien jaar geleden) zijn ook al resten uit dezelfde periode gevonden." De bijlen werden onder meer gebruikt voor het hakken van takken voor de bouw van hutten. Richard vindt zijn vondst bijzonder, maar is nog trotser op een hoefijzer van de Hospitaalridders uit de dertiende eeuw. Dat vond hij in Zaamslag. Richard is vooral gefascineerd door de ridderorde van de Tempeliers in Zaamslag (1200-1312). Ooit hoopt hij te beantwoorden waarom de Hospitaalridders zich naast de aan hen verwante Tempeliers vestigden. Dat neemt niet weg dat hij mensen binnenkort met een expositie in het Schelpenmuseum in Zaamslag graag wil laten inzien dat het beeld van 'wildemannen die elkaar de hersens insloegen in de prehistorie' nergens op slaat. "Die mensen waren misschien wel slimmer dan wij."




















