ROOSENDAAL - Er zijn precies vijf minuten nodig om op het NS-station in Roosendaal een zakje met wiet te kopen. En dat om kwart over negen 's ochtends op een doordeweekse dag. Hoewel de coffeeshops nu anderhalf jaar gesloten zijn, lopen er nog steeds behulpzame personen rond die je aan een rokertje willen helpen.
Zie ook:
De eerste jongen die ik aanspreek is een jaar of 20 oud. Hij heeft een baardje
en is gekleed in een donkere jas met capuchon. Hij staat relaxed tegen een
muurtje, vlakbij de ingang van het station. De weinig subtiele hint 'klopt
het dat de shops hier gesloten zijn?' is genoeg om meteen tot zaken over te
gaan. Twee wiettoppen komen uit zijn jaszak. Voor vijftien euro mag ik er
een overnemen. Geen afgelegen steegje, verlaten landweggetje of duister
industrieterrein, maar gewoon naast de ingang van het station. Recht onder
de ogen van de politie; het bureau zit op zo'n veertig meter van de
'crimescene'.
De sluiting van de shops heeft ervoor gezorgd dat veel minder Belgen en
Fransen met de auto op bezoek komen. Ook neemt de illegale handel af, zeggen
politie en gemeenten. Maar het is nog steeds doodeenvoudig om wiet te
scoren; de eerste persoon die ik aanspreek blijkt meteen de juiste. De
ingang van het NS-station in Roosendaal. foto Jan van Zuilen
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.




Sorteer reacties




















