Die kant gaat het inderdaad steeds meer uit, beaamt Marius Broos. "Nu heb je hier nog de spoorwegpolitie en de marechaussee zitten, maar als hier straks geen internationale treinen meer stoppen, verhuizen die naar Breda. En het Grenswisselkantoor gaat dan ook dicht. Let maar op."
Broos en Van Gastel kennen het station als hun broekzak. Van Gastel heeft er zijn hele leven gewerkt. Eerst als stations-assistent en daarna als machinist. Na zijn pensionering is de nu 76-jarige Van Gastel kind aan huis gebleven op het station, maar dan als beheerder van het ontspanningslokaal van de personeelsvereniging op de eerste verdieping van het stationsgebouw.
Broos behoeft amper nadere introductie. Hij is een wandelende encyclopedie op het gebied van de spoorweghistorie. We hebben Broos en Van Gastel gevraagd of ze ons het station willen laten zien zoals het er vroeger heeft uitgezien. Dat dan in een poging om te verklaren waarom het uit 1907 daterende station nu veel te groot is. "Het is eigenlijk altijd al te groot geweest", zegt Broos. "Ook toen hier nog heel veel mensen werkten en reizen meer was dan snel in- en uitstappen, was het station al groter dan noodzakelijk. Dat was om indruk te maken. Vooral op de internationale reizigers. Dit station was hun eerste kennismaking met Nederland. Dat wilde Nederland laten zien. Dat is trouwens nog steeds zo. Waarom denk je dat de hsl-brug zo veel hoger is dan de andere bruggen bij Moerdijk? Dat is ook om te pronken."
Dat was de tijd dat internationale reizigers nog door douane en marechaussee werden gecontroleerd. Gevisiteerd heette dat. Dat gebeurde in de visitatiezaal. Van Gastel heeft die tijd nog bewust meegemaakt. "Iedereen moest uitstappen. Op het perron werden dan kettingen gespannen waartussen de mensen dan door moesten lopen naar de visitatiehal. O wee als ze het waagden om over die ketting heen te stappen."
De visitatiezaal was een imposante hal, die tot aan de nok van het stationsgebouw reikte, veertien meter hoog. "Eigenlijk allemaal loze ruimte, maar vooral bedoeld om te imponeren", zegt Broos.
Het visiteren was een bedrijf op zich. Er waren tientallen mensen bij betrokken, die ook allemaal weer hun eigen personeelsruimten en kantoren nodig hadden. Alles bij elkaar al goed voor bijna een half station vol. Tel daarbij dat het station toen aparte wachtkamers had voor eerste- en tweede-klaspassagiers en dat het heel gewoon was dat mensen tussen het overstappen door een maaltijd nuttigden in de stationsrestauratie. Of zich voor ze de stad ingingen even lieten scheren of knippen bij de stationskapper die ook zijn eigen ruimte had. Allemaal niet meer van deze tijd, maar het verklaart wel waarom er vroeger zoveel meer te doen was op het station en waarom het stationsgebouw zo groot is.
Broos schat dat er in de jaren dertig van de vorige eeuw alles bij elkaar een kleine duizend mensen op het station werkten. "Niet allemaal tegelijk, maar in ploegendienst en inclusief de machinisten, conducteurs, stokers en ander personeel op de rijdende treinen, die Roosendaal als standplaats hadden."
Toen Van Gastel in 1958 bij de NS kwam werken, eerst als stations-assistent, later als machinist, waren dat er al veel minder. "Op een gewone werkdag denk ik dat er toen nog zo'n honderd mensen op het station werkten, de machinisten en conducteurs niet meegerekend. Nu zijn er dat hooguit nog tussen de dertig en veertig. Al is het heel moeilijk om dat precies vast te stellen. Vroeger werkte iedereen bij de NS, nu zijn het allemaal aparte bedrijven en bedrijfjes."
We staan voor de glazen deur van de stationsrestauratie, waar nog een wit plakkaat ophangt met de mededeling dat deze gelegenheid per 1 december 2010 gaat sluiten. Van Gastel drukt zijn neus tegen het glas om beter naar binnen te kunnen kijken. "Dit zou een mooie ruimte voor ons zijn" zegt hij. Met 'ons' bedoelt hij de personeelsvereniging. Door de plannen om het stationsgebouw in oorspronkelijke staat terug te brengen, raakt die haar huidige ruimte kwijt. "Waar wij nu zitten is als het ware een doos, die de NS in de visitatiezaal heeft laten plaatsen toen die niet meer nodig was. Dat is achteraf heel handig bekeken, want nu hoeven ze alleen die doos maar weg te halen of al het oude komt weer te voorschijn, inclusief de oude tegels van vroeger."
Van Gastel hoopt dat de personeelsvereniging in het stationsgebouw kan blijven. "Ik heb horen vertellen dat we misschien een plekje kunnen krijgen in de ruimte waar nu de marechaussee en de politie zitten. Dat zou mooi zijn. Ik vrees alleen wel dat we dan huur moeten gaan betalen. Want hier zitten we voor niks." "Ja", zegt Broos, "zo ging dat vroeger. Een staatsbedrijf als de NS deed heel veel voor zijn personeel. Nu ze geprivatiseerd zijn, kan er haast niets meer."
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.
























