BREDA/ROOSENDAAL - Een ernstige persoonlijkheidsstoornis maakt een automobilist nog niet per definitie ongeschikt voor het rijbewijs.
Dat heeft de rechtbank Breda bepaald in een beroepszaak van een jonge
Roosendaalse vrouw, van wie het rijbewijs ongeldig was verklaard. De
rechtbank bepaalt dat de directeur van het Centraal Bureau
Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs moet teruggeven aan de vrouw.
De Roosendaalse heeft sinds haar achttiende een borderline
persoonlijkheidsstoornis. Ze zegt ook suïcidale neigingen te hebben die ze
overigens zelf aan de politie heeft gemeld.Volgens het CBR heeft de vrouw
ook een serieus drugsprobleem gehad door misbruik van amfetaminen en
cannabis.
De rechtbank ziet echter tal van aanwijzingen dat het de laatste tijd beter
gaat met haar.
Haar huisarts zegt dat ze een stabiele indruk maakt en een recente
urinecontrole wijst niet op drugsgebruik.
Het CBR heeft volgens de rechter niet aangetoond wat de vrouw nu precies
ongeschikt maakt om te rijden. "Want personenmet een ernstige
persoonlijkheidsstoornis zijn volgens de regels niet per definitie
ongeschikt voor het rijbewijs", stelt de rechtbank.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.



Sorteer reacties




















