Het stembureau is onverbiddelijk tegen Piet van Veen. "U mag niet stemmen, de identiteitskaart is verlopen." foto Robert van den Berge/het fotoburo
Om kwart voor negen 's ochtends drinkt hij thuis een kop thee, om zich vervolgens gereed te maken voor de stembusgang, in zijn tempo een wandelingetje van tien minuten. "Nog even controleren of ik alles bij me heb. De stemkaart, de identiteitskaart, de huissleutels. We kunnen!"
Baret op, stok mee. De deur uit richting stemlokaal. Piet van Veen had de afgelopen week al nattigheid gevoeld, want de campagnes over de verplichte identificatie waren niet aan zijn aandacht ontsnapt. Hij had zelfs even gebeld met CDA-lijsttrekker Hans Verbraak, die het verhaal schrijnend noemde. Maar die hem toch aanraadde naar het stemlokaal te gaan, want wellicht zou men daar de geldigheidsduur van de kaart over het hoofd zien.
In het stemlokaal aangekomen, overhandigt hij de oproepkaart en zijn identiteitsbewijs aan Marion Konings van het stembureau. Die constateert dat de foto wel degelijk die is van de man tegenover haar, dat de naam overeenkomt met de naam op de oproepkaart en dat ook de andere gegevens kloppen. Maar dan ziet ze dat de geldigheidsduur verlopen is.
Het stembureau is onverbiddelijk. Konings: "U moet voor de volgende keer toch echt een nieuw identiteitsbewijs aanschaffen."
Van Veen: "Maar ik ben al zo oud, dat heeft toch geen zin meer."
Konings: "U kunt nog zeker tien jaar mee."
Van Veen: "Zo'n bewijs is duur, en ik doe er verder niets mee."
Konings: "Daar moet ik u gelijk in geven."
Het verlopen identiteitsbewijs mag hij mee naar huis nemen. De oproepkaart moet hij achterlaten. Het wandelingetje naar huis gebruikt hij om zijn ontgoocheling te verwerken. Een democraat in hart nieren door regeltjes monddood gemaakt.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.



Sorteer reacties




















