Omdat een feest voor een breed publiek toegankelijk moest zijn, stond op het programma het feest der herkenning centraal. Soms neigde dit naar een wel erg 'popi-jopi' repertoire met uitgekauwde nummers als Adieu mein kleiner Gardeofficier, Volare en Conquest of Paradise.
De feeststemming zat er bij iedereen in en er werd dus regelmatig luidkeels meegezongen of meegeklapt. De sfeer was optimaal en het publiek genoot. De baritons zichtbaar zelf ook al blijft wel de vraag waarom er hier en daar dan toch gesneden werd in het programma. Maar ondanks het populaire gebeuren en het inkorten van het programma moet het de baritons nagegeven worden dat ze alle drie echt hun vak verstaan. Ze spelen met de muziek, staan technisch en muzikaal ver boven hetgeen ze brengen en daardoor bleef de hele show muzikaal recht overeind. Ondanks een grap en een grol werd er perfect gezongen, een enkele ongelijkheid daargelaten. Het drietal wist zich daarbij gesteund door een prima spelend L'Orchestre Particolare dat samen met dirigent Maurice Luttikhuis bijzonder adequaat reageerde op de wensen van de zangers.
Een bijzondere verrassing was het korte optreden van het mannenkoor zelf aan het slot van het programma met het intense a capella gezongen Russische lied van de Twaalf Rovers. Duidelijk wilde het koor kwalitatief niet onderdoen voor de baritons en vol overgave brachten ze een stukje van hun oude kwaliteit ten gehore. Dit nummer van het mannenkoor met de baritons werd een van de muzikale hoogstandjes van het feestelijke concert.



























