Roosendaal wil 'haar' seinhuis niet zien verdwijnen naar Limburg. foto's Robert van den Berge/het fotoburo
Met hendels, kettingen en tandwielen werden wissels en seinen bediend.
ROOSENDAAL - Het kost een hoop moeite om Seinhuis B op het spoorwegemplacement in Roosendaal te bereiken.
Niet omdat het zo ver weg is of achter een hoog hek of brede sloot ligt – je
hoeft er alleen maar een paar spoorrails voor over te steken – maar daar zit
hem nou net de kneep. Dat is ten strengste verboden. En ook al komt er in de
verste verte geen trein aan, dan nog knijpt ProRail geen oogje toe, ook niet
voor één keertje. We mogen er alleen naartoe als we ons onderwerpen aan het
strenge veiligheidsregime van de spoorwegen.
Dat betekent eerst
een korte cursus veiligheid op het spoor volgen. Dat kan gelukkig digitaal
en ook het aansluitend examentje kunnen we op de pc doen. Inclusief een
keertje zakken kost het ons drie kwartier om het vereiste
veiligheidscertificaat te krijgen. Maar daarmee zijn we nog niet bij het
seinhuisje. André de Waard van ProRail, onze gids, mag ondanks het feit dat
hij zelf voor de spoorwegbeheerder werkt, ook niet op eigen houtje de rails
over. Dat mag alleen onder begeleiding van een veiligheidsman, die speciaal
voor deze gelegenheid van elders uit het land naar Roosendaal moet komen. En
dat dus voor het oversteken van vier rails, waar amper treinen rijden en als
ze al rijden, is dat zowat stapvoets. Toch zijn die veiligheidseisen de
voornaamste reden waarom ProRail zo teleurgesteld is over het besluit van de
gemeente Roosendaal dat Seinhuis B moet blijven staan waar het nu staat en
niet ergens anders mag worden herbouwd. In eerste instantie ben je geneigd
te zeggen: 'Goed zo gemeente! Fijn dat jullie pal staan voor behoud van een
stukje spoorhistorie.' Toen wethouder Steven Adriaansen onlangs tijdens de
Open Monumentendag bekendmaakte dat de gemeente geen toestemming geeft voor
sloop van het seinhuis, keek hij verwachtingsvol naar Marius Broos,
spoorgeschiedeniskenner bij uitstek: "Daar ben jij zeker wel blij mee?"
Ja, aan één kant wel, maar Broos zag onmiddellijk de beperkingen. En die
herhaalt hij als de veiligheidsman ons veilig over de rails heeft geloodst
en we bovenin het seinwachtershuisje staat. "Het is uniek, dat zeker,
het enige seinhuis van deze grootte dat nog over is in Nederland. Ook de
inrichting is uniek, maar wat heb je eraan als je dat restaureert en het
staat op een plek waar niemand het kan zien."
Broos vond het
plan van ProRail om het seinhuis af te breken en te herbouwen op het station
in Simpelveld van het stoomtreinlijntje door Zuid-Limburg ook helemaal zo
gek nog niet. "Het zou jammer zijn dat Roosendaal het kwijt is, maar
daar zou het veel beter tot zijn recht komen. Bovendien hebben ze daar
voldoende vrijwilligers om het seinhuis, en dan vooral de inrichting, te
onderhouden. Onderschat dat niet."
Een andere mogelijkheid
zou zijn om het seinhuis op een andere plek op het stationsemplacement te
herbouwen, waar mensen er wél gewoon naar toe kunnen. Maar ook daar zet
Broos kanttekeningen bij. "Mensen komen niet alleen voor zo'n seinhuis
naar een station. Daar moet entourage omheen zijn. Die hebben we hier niet.
Het stationnetje in Simpelveld heeft dat wel."
ProRail zegt
dat door het besluit van de gemeente een patstelling is ontstaan. "Wij
steken echt geen geld in restauratie op deze plek. Wij krijgen geld van
minister Eurlings om ervoor te zorgen dat treinen kunnen rijden, niet om
monumenten te restaureren. Het enige wat we doen, omdat we dat in het kader
van de monumentenwet verplicht zijn, is zorgen dat het seinhuis niet
instort. Dat betekent wel dat het verder in verval raakt en werkelijk
niemand er iets aan heeft", aldus woordvoerder André de Waard van
ProRail.






Sorteer reacties


















