Kijken we in Frankrijk, sinds 1981 de bakermat van de Hoge-Snelheids-Trein
(HST), dan is weinig anders bekend dan dat de HST een groot succes is. Nooit
werd verteld dat zodra er een HST begon te rijden, alle parallellopende
sneltreinen kwamen te vervallen. Hetzelfde verhaal speelde zich af in
België. Ook tussen Brussel en Keulen werden alle sneltreinen opgeheven. De
landspolitiek was in de jaren negentig voorstander van het privatiseren van
het openbaar vervoer. Zowel trein als bus werd aan de marktwerking
overgelaten. Het opsplitsen van de NS is niet zonder slag of stoot gegaan.
Uiteindelijk mochten de spoorwegenj in 1999 het 'Kernnet' (hoofdlijnen) voor
vijftien jaar behouden. De infrastructuur kwam terecht bij de Nederlandse
overheid, in dit geval ProRail. Alle exploitanten zijn vergoedingen voor het
gebruik van de infrastructuur verschuldigd.
In 2008 of 2009 zal er
een trein met hoge snelheid gaan rijden over de HSL-Zuid. De NS is hierbij
betrokken als exploitant van de huidige Benelux-dienst en als
grootaandeelhouder (90%) in High Speed Alliance (HSA), het
samenwerkingsverband tussen NS en KLM als exploitant op de HSL-Zuid.
De nieuwe lijn kent twee vormen van vervoer. Ten eerste zullen binnenlandse
shuttletreinen met 250 kilimeter per uur rijden tussen Amsterdam en Breda,
tussen Amsterdam en Brussel (via Breda) en tussen Den Haag en Brussel (via
Breda). Ten tweede rijdt de Thalys tussen Amsterdam en Parijs met 300
kilometer per uur over de HSL-Zuid.
Van de huidige Benelux-dienst
valt het deel Amsterdam-Roosendaal onder het 'Kernnet', waarop NS tot 2014
de exploitant is. Deze concessie verplicht de NS echter niet om een
verbinding met België aan te bieden, laat staan dat er voorschriften zijn
over route, treinaanbod, prijs of wat dan ook.
In het
internationaal reizigersvervoer per trein geldt het principe van vrije
concurrentie. Voor HSA gelden wél verplichtingen. Binnen twee jaar na de
start van de exploitatie zullen er 32 treinen per dag per richting rijden
tussen Amsterdam en Brussel (waarvan zestien doorgaand naar Parijs), alsmede
vier treinen tussen Den Haag Centraal en Brussel. De HSA moet als exploitant
een vergoeding betalen, die in vier jaar tijd oploopt naar 148 miljoen euro
per jaar (prijspeil 2000). Ter vergelijking: in 2005 betaalde de NS voor al
het andere vervoer in heel Nederland 113 miljoen euro.
De
jaarlijkse vergoeding is het resultaat van het bod dat het consortium NS-KLM
in 2001 uitbracht op de openbare aanbesteding van het vervoer over de
HSL-Zuid. De NS achtte de nieuwe lijn van groot belang voor de toekomst van
het bedrijf. Inmiddels is wel duidelijk, zeker na de jarenlange vertraging
in de oplevering van de HSL-Zuid, dat het geen sinecure zal zijn om tot een
winstgevende exploitatie te komen. Sterker nog, het wordt een struggle for
life met de als paddenstoelen in de lucht gekomen 'prijsvechters'. De
lowbudget-luchtvaart heeft inmiddels een flink deel van de markt veroverd,
zodat de HSA er slecht voor staat.
Uit het bovenstaande is
duidelijk dat de NS alle troeven in handen heeft. Een goedkoper alternatief
voor de HST heeft onmiskenbaar een negatieve invloed op de opbrengsten voor
de HSA. Daarmee is het lot van de Benelux-dienst bezegeld. Wie denkt dat er
een aparte sneltrein tussen Roosendaal en Antwerpen kan rijden, handelt
eveneens in strijd met de dringende noodzaak dat de HSL-Zuid geld op moet
brengen, wil de HSA niet op korte termijn failliet worden verklaard.
Dat er in Roosendaal geijverd wordt voor het doortrekken van de IR-dienst
Antwerpen - Essen, getuigt van weinig kostenbesef, enerzijds op het gebied
van materieel en personeel van de NMBS (het Belgische spoorwegbedrijf) en
anderzijds het gebruik van het spoor in Nederland.
De financiële
eisen van ProRail aan België zijn zodanig hoog dat alle pogingen in dit
opzicht zullen stranden, ondanks het feit dat Vervotte in België heeft
toegezegd dit te overwegen. Maar een overweging is in de politiek nog wat
anders dan uitvoeren. Nu heeft de NMBS slechts op grond van de samenwerking
met de NS toegang tot het op Nederlands grondgebied liggende deel van het
baanvak Roosendaal - Essen. Straks blijft de NMBS afhankelijk van
voortzetting van deze samenwerking, ofwel is zij genoodzaakt een
overeenkomst aan te gaan met een andere in Nederland toegelaten vervoerder,
dan wel zelfstandig een toegangsovereenkomst te sluiten met ProRail.
Wat betekent dit voor Roosendaal? Laat ik eerst beginnen met het ophelderen
van een misverstand. Al voelt Breda zich nu al enige jaren de toegangspoort
voor Noord-Brabant, toch stopt hier geen enkele Thalys. Breda is slechts
aangesloten op de HSL-Zuid en krijgt alleen shuttletreinen naar Antwerpen en
Rotterdam. Steeds is in Breda een overstap nodig, wil men met een Thalys
verder reizen. De Thalys is namelijk de trein die Amsterdam (met luchthaven
Schiphol als mainport voor de luchtvaart op Europa) verbindt met Rotterdam,
Antwerpen, Brussel, Lille en Parijs. Daar past Breda niet in.
Dat
betekent concreet dat wie vanuit Roosendaal naar Parijs wil zowel in Breda
als in Antwerpen zal moeten overstappen. In elk geval blijft een stoptrein
tussen Roosendaal en Antwerpen (met dertien stopplaatsen onderweg) sneller
en ook veel goedkoper, zeker als je vanuit Essen vertrekt. Misschien is het
toch slimmer dat onze bestuurders zich inzetten voor het handhaven van de
stoptrein tussen Roosendaal en Antwerpen.
- Marius Broos is
publicist en spoorwegkenner.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.




Sorteer reacties




















