Vervolgens ging hij in Groningen geologie studeren. Op de universiteit van Utrecht specialiseerde hij zich vervolgens in de paleontologie. In 1983 besloot hij in Zwijndrecht een eigen bedrijf te beginnen, gespecialiseerd in fossielen, mineralen en edelstenen.
Op zoek naar materiaal reisde hij vervolgens jarenlang de hele wereld af.
Na het opengaan van de grenzen van de Sovjet-Unie in 1990 was hij één van de eersten die in de Oeral een bedrijf begon. Hennekam spreekt goed Russisch. Verschillende expedities in het gedeelte van de Oeral dat in de poolcirkel ligt en Siberië waren het gevolg.
Toen hij eind 2004 besloot schrijver te worden en te stoppen met zijn bedrijf, lag er in elk groot geologisch museum ter wereld wel een fossiel of mineraal dat uit Zwijndrecht kwam.
Zijn debuut als schrijver was Schat (2005), het eerste deel van de Tesoro-trilogie. Daarna volgden Matador (2006) en Te Ver (2007).
In 2009 verscheen De Kindervriend, een roman waarin hij in thrillervorm laat zien waartoe kindermisbruik binnen de r.k. kerk en het niet ingrijpen van bovenaf kan leiden.
In 2010 volgde het eerder geschreven Pater Noster, een bijna autobiografische novelle die als basis voor De Kindervriend had gediend. In november van dat jaar kwam Pjotrs Borsjt uit, een roman waarvoor hij een tijdje in een weeshuis in Wit-Rusland woonde en waarvan de opbrengst in zijn geheel naar de Stichting Weeshuizen Belarus gaat voor een zelfstandig-wonen-project voor kinderen met een verstandelijke beperking. In december volgde Ana-Lyse, een psychologische roman/thriller waarbij internetdaten een belangrijke rol speelt.
Zowel bij Pjotrs Borsjt als bij Ana-Lyse fungeerde Renata Oosterveen als co-auteur.
José heeft vier kinderen en een tweede kleinkind is op komst.























