Home / Regio / Oosterhout / Dongemondregio diep onder water bij overstroming

Dongemondregio diep onder water bij overstroming

Foto's
2
  • Afbeelding
  • Afbeelding
    Beschrijving
    De S. Buitendijk in Hank na de watersnood van 1 februari 1953. Fotoarchief Louis de Bot

In de Dongemondregio diep onder water bij overstroming. In de Dongemondregio kan bij een overstroming 2 tot 5 meter water komen te staan.

Dat is meer dan tijdens de watersnood van 1 februari 1953. Het westen van Brabant zal, in tegenstelling tot 1953, nauwelijks getroffen worden en houdt droge voeten dankzij de beschermende Deltawerken, ook al blijven dijkdoorbraken vanuit het Hollandsch Diep altijd mogelijk. Dat blijkt uit de onlangs vernieuwde landelijke Overstromingsrisicokaart. De kaart is vervaardigd om mensen bewust te maken van de risico's van hun woonomgeving.



In de Dongemondregio gaat het om een overstromingsgebied dat grofweg omsloten wordt door de stevige dijken van het Wilhelminakanaal en de aansluitende Amertak, de A16 aan de westkant en de A59 aan de zuidkant, al zal het water de A59 passeren. Een overstroming zal er merkbaar tot aan de poorten van Oosterhout komen. De 'diepste' plekken liggen tussen Made en Geertruidenberg, tussen Made en Hooge en Lage Zwaluwe en ook oostelijk van de A27 in de omgeving van Raamsdonk en Waspik.



De volgende overstroming zal 'een zoete' zijn. In Noord-Brabant worden de rivieren nu als bedreigender ervaren dan de aloude 'erfvijand' de zee. Die zee heeft indirect wel invloed op een bedreigende waterstand. Wanneer storm op de Noordzee en extreem hoge rivierwaterafvoeren samenvallen, kan het rivierwater niet via Hollandsch Diep en Haringvliet geloodst worden en wordt het rivierengebied een overkokende pan.



"Klopt, westelijk Brabant, tussen Willemstad en Bergen op Zoom, blijft droog. De dreiging zal van de rivieren komen in het gebied van de Dongemond, ja. De kans is inderdaad groot dat het water er hoger komt dan in 1953", bevestigt Ben van de Reek, beleidsmedewerker Hoogwaterbescherming van de provincie Noord-Brabant. Dat kan, aldus Van de Reek, te maken hebben met klimaatverandering, die zowel zeespiegelstijging tot gevolg heeft als verhoogde rivierwaterstand door meer regenval.



De Overstromingsrisicokaart geeft voor gebieden rond Made en Geertruidenberg/Raamsdonksveer diepten aan van 2 tot 5 meter. "Zolder toegankelijk", aldus de risicokaart. Van de Reek: "Er zal gerekend zijn met een woning met een bovenverdieping en daarboven de zolder."



Volgens de provincie Noord-Brabant is er bij de berekeningen uitgegaan van een worstcase-scenario, de ergst denkbare situatie.



Dat betekent dat bij berekeningen voor de regio Raamsdonk/Was- pik wordt uitgegaan van een zo oostelijk mogelijk doorbraak van de Maasdijk, dus ter hoogte van Waalwijk. Van de Reek: "Dat water zal naar het laagste punt stromen, dus richting west, naar het gebied ten noorden van Waspik. Daar wordt de waterstand dus het hoogst. Hetzelfde geldt voor de westkant van de A27. Breekt de dijk westelijk van de monding van het Wilhelminakanaal op verschillende locaties, dan stroomt het water richting Made en verder naar Hooge en Lage Zwaluwe waar het in de polders, in het ergste geval, ook tot 5 meter kan stijgen. Hou er wel rekening mee, dat die waterhoogten een optelsom zijn van verschillende doorbraken in het ergste geval."



De nationale Overstromingsrisicokaart is mede opgesteld met door de provincie Noord-Brabant gemaakte overstromingsberekeningen. Die zijn gebaseerd op de normen van de Wet op de Waterkeringen.



Voor Dijkring 34 is dat het gebied ten westen van de Amertak en het aansluitende Wilhelminakanaal tot aan Willemstad. Hier geldt een overstromingsrisico van 1 keer per 2.000 jaar. Datzelfde risico geldt ook voor Dijkring 35, oostelijk van de lijn Amertak-Wilhelminakanaal tot het Drongelens Kanaal.



In Zeeland geldt voor de zeeweringen 1 keer per 4.000 jaar, in de Randstad 1 keer per 10.000 jaar. In Oost-Brabant geldt een norm van 1 keer per 1.250 jaar. " Stel je een beek voor aan de bron", legt Van de Reek het verschil uit, "daar heb je geen bescherming nodig. Wordt de beek een rivier, dan zie je de dijken hoger worden en bij de monding zijn ze maximaal hoog." Lette Nederland – als het om de oerangst voor het water ging – in het verleden vooral op de voordeur, de Noordzeekust, sinds de bijna rivieroverstromingen van 1993 en 1995 en de voltooiing van het Deltaplan wordt ook met nadruk de achterdeur, de rivieren, in de gaten gehouden. Nu de Deltadammen dicht zijn, is het accent veranderd.



Van de Reek wijst erop dat de cijfers en de verwachte waterhoogten bij zowel zee- als rivieroverstromingen gebaseerd zijn op ervaringen met stijgende rivierafvoeren en hogere stormvloedstanden tot nu toe: "Het uitgangspunt van bijvoorbeeld 1 keer per 2.000 jaar blijft, maar bij het aanpassen van een dijk die de mensen de komende vijftig jaar moet beschermen, houden we natuurlijk rekening met klimaatverandering."



www.nietbangmaarvoorbereid.nl www.denkvooruit.nl www.risicokaart.nl