Na afloop overheerst Brabantse gemoedelijkheid in de kantine van het statige gebouw in het hart van de hofstad. De Overdiepers praten na over de (lange) zitting. "Nu is het afwachten", zegt Wim Zijlmans, die een melkveehouderij aan de Graafseweg runt.
"We hebben onze argumenten op tafel gelegd. Het is aan de rechters." Die spreken van een gecompliceerde zaak, en dat is het. De bezwaarmakers hebben allemaal hun eigen verhaal. De Overdiepse Polder wordt de komende jaren ontpolderd. De waterkerende dijk komt ten zuiden van de polder te liggen, zodat het gebied in geval van nood onder water kan lopen. Met dat doel worden de bedrijven van de boeren die in 'de Overdiep' blijven op terpen gebouwd. Andere boeren moeten vertrekken.
Een van die vertrekkers is varkensboer Mathijssen, van de Overdiepsekade. Hij moet van de provincie weg omdat zijn bedrijf 'niet grondgebonden' is, hij zou dus geen landbouwgrond in de directe omgeving van zijn bedrijf nodig hebben. Halverwege de behandeling van zijn zaak stapt hij naar voren, en gaat op de plaats van zijn raadsman staan. "Mijn kinderen willen in Waspik blijven wonen. We willen niet weer verhuizen, niet weer naar de andere kant van Brabant toe. Daar wordt op geen enkele manier rekening mee gehouden." Ook Wim Zijlmans is niet tevreden over de opstelling van de provincie, laat hij bij monde van zijn raadsman weten. "De provincie schetst het beeld dat de onderhandelingen met de bewoners positief verlopen. Maar op individueel niveau valt dat tegen. Dat tast het draagvlak aan. Het is nog steeds volstrekt onduidelijk of de vermogens- en inkomenspositie van de boer hetzelfde blijven."
Met Zijlmans en Mathijssen zijn de twee schrijnendste gevallen genoemd. De andere boeren stellen vooral details aan de orde. Vooral agrariër De Bont doet dat met verve. Hij wil af van de beperkingen die de overheid oplegt ten aanzien van de hoogte van de gewassen in de nieuwe situatie.
In de winter is dat maximaal dertig centimeter. "Ik heb inmiddels meer eelt op mijn stembanden dan op mijn handen, zoveel heb ik hier al over gepraat. Ik wil van de situatie af dat stadse jongens regelen welk gewas waar en wanneer mag groeien." Toch ligt ook zijn lot in handen van de stadse jongens van de Raad van State. Die hebben 'waarschijnlijk meer dan zes weken' nodig om tot een oordeel te komen.


zie ook: 




















