Oosterhouter Justus Walop schenkt een glaasje in van de jenever, die hij zelf heeft gestookt in het Schiedamse Jenevermuseum.foto Ron Magielse/het fotoburo
Een prachtproduct, vindt Walop, die na een carrière als opticien bij het Jenevermuseum in Schiedam belandde. Daar werkt hij een paar dagen per week als jeneverstoker. "Een mooi, oud ambacht. Je werkt bovendien met eerlijke, natuurlijke producten."
Het jeneverstoken bevalt Walop zo goed, dat hij samen met een partner - eveneens een ervaren jeneverstoker - graag voor zichzelf wil beginnen. De twee dromen van een kleine stokerij waar ze mensen kunnen ontvangen om uitleg te geven over het vak. Ze zouden er maximaal vijftigduizend flessen per jaar produceren - oude jenever, jonge jenever, moutwijnjenever. "Op den duur willen we ook whisky maken."
Ze deden pogingen om locaties te veroveren in Oosterhout, Dongen, Raamsdonksveer en Etten-Leur. Tot nu toe kregen ze steeds nul op rekest. Een stokerij voor sterke alcoholische drank valt in een hoge milieucategorie, en zulke bedrijven staan de gemeentelijke bestemmingsplannen bijna nergens toe.
"Zonde, hoor", verzucht Walop. "In Raamsdonksveer hadden we zó'n prachtige plek op het oog: het oude pand van Até Horesca. Maar ook daar mochten we niet beginnen. Of je nu honderd of honderdduizend flessen per jaar maakt, met een stokerij val je toch in die hoge milieucategorie. Terwijl we op zo'n kleine schaal zouden werken dat we niet meer alcohol in huis zouden hebben dan een flinke slijterij."
Hun hoop vestigen ze nu op Etten-Leur. Daar vonden ze een antieke boerderij aan de Goorstraat. In het ideale geval zitten ze er over een jaar. "In een mooi gebouw, waar we naar eigen smaak en inzicht jenever kunnen stoken. Met een groep of twee per week voor een rondleiding, zodat we mensen kunnen laten zien wat jenever zo'n bijzonder product maakt."


zie ook: 




















