Sociale media in tijden van rampen
- Foto's
- 1
Ik ben zo oud dat ik mij herinner hoe mijn moeder van de overheid een kaart in de meterkast moest ophangen waarop stond hoe te handelen bij een atoomaanval. Met een tekening hoe onder een laken of tafel te kruipen.
Nog steeds hebben we de sirenes iedere eerste maandag van de maand, maar waar zijn de schuilkelders? Nog steeds worden we opgeroepen om bij rampen naar de regionale radio te luisteren en de berichten van onze rampenbestrijders af te wachten.
De makers van rampenplannen lijken zich nog niet te realiseren dat consumenten tegenwoordig bij dreigingen anders reageren. Met de smartphone op zak, de iPad op de salontafel, de laptop in de keuken en een flatscreen in de hoek.
Van eerdere rampen wisten we al dat het (mobiele) telefoonnet overbelast raakt. Met de komst van mobiele telefoons, sms, Twitter en breedband-internet kunnen alle bestaande scenario's over het consumentengedrag naar de prullenmand.
De overheid heeft weliswaar de website www.crisis.nl opgetuigd, maar die bezweek toen hij echt nodig was, op het hoogtepunt van de brand in Moerdijk.
Het is de vraag niet meer hoe het publiek het meest effectief te bereiken. De betrokkenen realiseren zich nog niet dat ze niet meer alle informatie vooraf zelf kunnen bespreken, beoordelen en filteren. Om vervolgens via een klassieke persconferenties de burgers te vertellen dat ze zich niet ongerust hoeven te maken. Het is vooral het volstrekte gebrek aan openheid dat dodelijk is voor de geloofwaardigheid van de overheid. Men kan en wil in dit soort situaties de bevolking kennelijk alleen als onnozele onwetenden toespreken en betuttelen.
Iedereen heeft zelf op de televisie kunnen zien dat de brand in Moerdijk van een ongekende omvang was. Het was de eerste ramp in Nederland in het tijdperk van Twitter. Minder dan een uur na het ontstaan van de brand was er een vulkaan van tweets met hashtag Moerdijk. Zó snel, dat de individuele tweets niet meer te lezen waren. Het medium was niet besteed aan de rampenbestrijders: urenlang was er geen enkele officiële reactie op het internet te vinden.
Via Twitter vond ik informatie over wat er aan het branden was, giftige en irriterende stoffen, of de brand wel of niet onder controle zou zijn, over de rook. Van de kant van de overheid intussen geen informatie, geen mededelingen, geen ontkenning, domweg niets.
Alsof we we met z'n allen op een perron stonden te wachten op een trein die niet kwam, terwijl de omroepinstallatie zweeg. Wat we geleerd hebben van die woensdagmiddag en -avond is dat de overheid waarschijnlijk wel in staat is met kundige mensen rampen te bestrijden, maar dat de verantwoordelijke bestuurders geen notie hebben van wat zich buiten hun crisiscentrum afspeelt. Omdat men denkt dat de betrokken burgers rustig met hun ramen dicht naar Omroep Brabant zitten te luisteren, geduldig wachtend op officiële mededelingen.
De realiteit is dat we ons in dit soort situaties massaal op Twitter en andere sociale media storten. De bestuurders hebben dat nog niet door. Via Twitter werden we overstelpt met berichtgeving vanuit de 'bedreigde' gebieden. Een dag later werd eindelijk een persconferentie gegeven. Voor een elite van opgeleide journalisten die voor de gevestigde media werken. Het idee dat gewone burgers zelf rechtstreeks vragen zouden kunnen stellen, komt niet bij ze op. Achter de tafel zaten bestuurders die naar mijn inschatting maar zelden een laptop bedienen, laat staan een twitter-account hebben.
Aan dit gezelschap laten we in Nederland de communicatie over rampen over, hetgeen een trieste zaak is. Terwijl de oplossing zo voor de hand liggend is.
Het enige wat moet gebeuren, is volledige verspreiding van alle informatie die het crisiscentrum krijgt. Zo snel mogelijk knippen en plakken naar twitter-accounts, die bij een incident binnen tien minuten geactiveerd kunnen worden. Laat voorlichters met ervaring in sociale media kijken naar de reacties en vragen van burgers. Voeg daar commentaar en verwachtingen van rampenbestrijders aan toe en laat burgemeesters intussen doen waar ze wél goed in zijn.
Er is geen enkele reden om alle informatie niet in real-time beschikbaar te maken voor het publiek. Toen de eerste brandweermannen aankwamen bij de fabriek, moesten ze van de aanwezige medewerkers horen wat er in brand stond en wat er nog meer lag. Twitter die informatie gewoon. In Amerika kan je tegenwoordig in ieder vliegtuig meeluisteren met de piloten en luchtverkeersleiding. Als het RIVM de luchtvervuiling heeft gemeten, moeten de gegevens meteen online. Waarom zouden we moeten wachten? Waarom moest de officiële voorraadlijst van Chemie Pack in eerste instantie geheim blijven? Volgens crisis.nl omdat het OM een strafrechtelijk onderzoek was begonnen. Dus volgens de overheid is strafvervolging belangrijker dan voorlichting. Net alsof we in Nederland alleen kunnen straffen als we eerst heel veel geheim onderzoek hebben gedaan. Bij strafvervolging gaat het in eerste instantie toch gewoon om waarheidsvinding? Zoveel mogelijk openbaarheid en het benutten van de 'wishdom of crowds' kan daarbij uitstekend van pas komen. Zeker als het om een ramp zoals in Moerdijk gaat, waarbij het welzijn van heel veel burgers mogelijk op het spel is komen te staan.
Wanneer zullen de bureaucraten begrijpen dat de wereld met de opmars van internet inmiddels definitief en ingrijpend veranderd is?
Dick Ahles is business director van RedBanana Innovations, actief in online publishing, sociale media en digitale marketing. Hij was van 1995 tot 2000 directeur van BN DeStem en Uitgeversmaatschappij Zuidwest-Nederland.